16. Tweede
Kamer der Staten Generaal
(februari
2002)
In de
maatschappij zijn er veel mensen die het grootste gelijk van de wereld
hebben, maar die dat gelijk, hoe dan ook, nooit zullen krijgen. De
hogere machten in dit land laten dat eenvoudigweg niet toe.
In deze website "belastingfraude.nl"
wordt onder meer vermeld, dat er, als gevolg van het conflict Trading
Advice/Broersma versus de Overheid, duidelijk een ernstig verstoorde
werkrelatie is ontstaan tussen een aantal bestuurders van het Openbaar
Bestuur, en een belastingplichtige. Ondanks al zijn inspanningen, is
deze belastingplichtige, een ex-belastingplichtige ondernemer, er, door
een niet juiste houding van die bestuurders, niet in kunnen slagen, deze
verstoorde werkrelatie op te heffen. Van de zijde van het openbaar
bestuur is niets gedaan om de verstoorde werkrelatie op te heffen,
terwijl dat wel tot haar plicht genoemd mag worden. Toch dient aan deze
verstoorde werkrelatie evenwel, het liefst zo snel mogelijk, een einde
te komen. Temeer omdat de belastingplichtige zwaar lijdt onder de
situatie. Niettegenstaande het feit, dat het gelijk van deze
belastingplichtige reeds duidelijk is aangetoond, weigert het
Overheidsbestuur haar fouten te bekennen, en haar verantwoordelijk te
nemen. Door haar machtspositie, en door, aangetoond, machtsmisbruik kan
zij dat ook gemakkelijk nalaten. Maar het conflict moet opgelost worden,
want naast het feit, dat er rechtvaardigheid dient plaats te vinden, dat
de wet ook door bestuurders moet worden nageleefd, is de
belastingplichtige, bij wet bepaald, aan de Overheid (waaronder de
Belastingdienst) gebonden. Hij kan in redelijkheid niet uitwijken. Maar
de betroffen bestuurders, die fout hebben gehandeld, zijn dienaren van
de belastingplichtige burger, en kunnen vervangen worden. Is
deze belastingplichtige nu in een situatie, dat de hogere machten in het
land, wie of wat dat ook moge zijn, niet toelaten, zelfs perse
verhinderen, dat de belastingplichtige zijn gelijk krijgt?
In de werkverhouding tussen
deze partijen dient ook het volgende opgemerkt te worden. De bestuurders
zijn er om diensten te verlenen aan de belastingplichtige (ondernemer),
zij behoren gedienstig te zijn aan de belastingplichtige. In het
conflict Trading Advice/Broersma versus de Overheid hebben de
bestuurders niet alleen de belangen van de belastingplichtige niet
behartigd, hetgeen hun plicht is, maar zij hebben zelfs de
belastingplichtige op zeer grove wijze bestreden en benadeeld. Omdat de
bestuurders op geen enkel moment te kennen hebben gegeven, dat zij de
door hen gemaakte fouten herkennen, konden zij ook geen berouw tonen. Zij
hebben geen enkel inzicht getoond, kunnen tonen, in de verwerpelijkheid
van het door hen gepleegde delict. Derhalve is ook niet uit te
sluiten, dat zij daardoor in andere gevallen nogmaals zo handelen, of
dat zij reeds zo gehandeld hebben. Omdat de belastingplichtige geen
fiscaal technische fout te verwijten valt, dat hem geen fout gedrag te
verwijten valt, en omdat hij de foute bestuurders niet kan ontwijken,
ligt het in de rede, dat, om de werksituatie
bestuurder/belastingplichtige te normaliseren, maar ook om andere
belastingplichtigen te beschermen, deze bestuurders uit hun rol
verwijderd dienen te worden. Deze handeling lijkt bovendien
onafwendbaar, omdat de bestuurders met hun handelen tevens hebben
gefraudeerd. En omdat in de politiek ook geldt, dat "wie
liegt, weg moet". Een ketting is maar zo sterk als de
zwakste schakel. Gewaardeerde verdienste of een hoge plaats in het
bestuursorgaan kunnen nooit een vrijgeleide of legitimatie vormen voor
overtredingen. Juist de belangrijkste bestuurders hebben een
voorbeeldfunctie, en zijn derhalve extra verantwoording verschuldigd.
Dat ik corrupte bestuurders
weg wil hebben uit het openbaar bestuur, is geen doel op zich, doch een
logisch gevolg van hun misdaden. Alle frauduleuze handelingen plegen een
chronische inbreuk op de rechtsorde. Daarbij kan nog opgemerkt worden,
dat de betroffen bestuurders de nu ontstane problemen geheel aan
zichzelf te wijten hebben. En daarbij gaat het natuurlijk ook om een
belangrijke signaalwerking. Wanneer je burgers vrijheidsstraffen op kan
leggen voor b.v. vermogensdelicten, dan vind ik, dat het ook andersom
moet gelden.
Ministeriële
verantwoordelijkheid
Met de persoonlijke
bemoeienis van de staatssecretaris en de minister van Financiën is het
conflict Trading Advice op het politiek ambtelijk vlak terechtgekomen.
De staatssecretaris heeft door zijn, aan mij persoonlijk
gedane,
toezegging tot zorg en extra aandacht voor mijn klagen, zelf het
conflict in zijn directe omgeving en invloedssfeer geïmporteerd. Toen
belangrijke topambtenaren er door mij, een klagende belastingplichtige
uit de provincie, en bovendien geen vakbroeder, op werden gewezen, dat
er geen dispuut kan bestaan over de, door de ambtenaren van de
Belastingdienst gemaakte, zeer zwaar wegende fouten met zeer ernstige
gevolgen, leken zij hun gezond verstand verloren te hebben. Hun reactie
was het loochenen van gemaakte fouten, en het ontlopen van
verantwoordelijkheden in de sfeer van "wij
zijn de macht, dus wij hebben gelijk". Zij lijken er
onwrikbaar op aan te sturen, dat ik voor mijn gelijk bij de rechtbank
zal moeten procederen. Naast een pijnlijk tijdverlies voor mij (om over
de kosten maar te zwijgen), zal er dan opnieuw, wederom geheel onnodig,
belastinggeld van de burger verkwist worden. Met voor de ambtenaren en
de staatssecretaris bovendien een, niet verdiende, kans een persoonlijk
gezichtsverlies of erger te ontlopen, omdat een late uitspraak van de
rechter hun ongelijk mogelijk over hun "ambtsperiode"
heen kan tillen. Een oplossing zonder de rechter ligt het meest in de
rede.
Het conflict drijft, mede,
op het schenden van een constitutioneel beginsel, namelijk het kwetsen
van integriteitregels. Het is beslist niet zo, dat de foute beslissingen
in de bestuurlijke hitte van de dag genomen moesten worden. Eén van die
onvoorstelbare schendingen van de integriteit is b.v., in het kader van
een doelredenering, verwijzen naar een wet die, reeds jaren voor de dag
van het beoordelen van een situatie, niet meer bestaat. Deze door de
plaatsvervangend Directeur-Generaal gehanteerde poging is niet alleen
een "stupiditeit in optima forma",
het is bovendien "fraude van het zuiverste
soort". Juist deze hoge ambtenaar, met een extra grote
voorbeeldfunctie, mag zo’n streek niet uithalen. Het hoger belang
raakte volledig uit beeld, en is duidelijk ondergeschikt gemaakt aan het
persoonlijk belang van "slechts" enkele ambtenaren.
Mijn verweer tegen de
gemaakte fouten van de Belastingdienst was als een dialoog met een
straatsteen, en een gevecht tegen een, (hoewel niet juiste) niet perse
onlogische, beeldvorming. Het is zeker een geval van een geraffineerde,
een doortrapte fraude.
Bij fiscale geschillen wordt
meestal de Belastingdienst als referentiepunt gebruikt. Het is voor mij
evenwel, in beginsel, niet perse logisch, dat aan de Belastingdienst
meer vertrouwen toegekend zou moeten worden, dan aan haar opponenten. De
objectiviteit kan hierdoor onder druk staan, en kan redelijkerwijs vaak
betwijfeld worden. Het is een diepgewortelde hypothese, dat een klagende
burger geen gelijk zou kunnen hebben, nadat een eenheid van de
Belastingdienst, het Ministerie van Financiën, De Nationale Ombudsman
en de Commissie voor de verzoekschriften van de Tweede Kamer der Staten
Generaal deze burger geen gelijk hadden gegeven in zijn klagen. Het zou
bovendien, maar alleen in eerste instantie, toch grote bevreemding
wekken, wanneer ambtenaren hun persoonlijk belang, of misschien zelfs
hun positie, op het spel zouden zetten door wetten regels en
voorschriften (bewust) te negeren, om een illegaal doel te
bewerkstelligen. Juist omdat dit zo onlogisch lijkt, helpt deze
verwondering het foute gedrag vooraleerst te versluieren of te
ontkennen, en werkt deze verwondering zelfs tegen de klager. Er lijkt
voor de ambtenaar toch geen enkele reden te bestaan, om zichzelf schade
te berokkenen. Het is niet waar, het kan toch gewoon niet waar zijn, dat
"één van ons" fout of
frauduleus gehandeld zou hebben. Daarnaast ben ik volslagen machteloos
tegen het feit, dat de "communicatie"
met de Overheid slechts bijdraagt aan het probleem, en geenszins
meehelpt aan oplossen van het conflict. Omdat de Overheid zich binnen
die "communicatie" ongehinderd en
ongecontroleerd bedient van een tactiek van vertragen, ontmoedigen,
uitputten, frustreren en bedriegen. Alle remmende handelingen plegen een
chronische inbreuk op de rechtsorde. De tegenkrachten zijn groot, ik
moet vooral tegen een enorme stroom in te roeien.
De minister en de
staatssecretaris van Financiën zijn in het conflict Trading Advice/Broersma
versus de Overheid niet alleen verantwoordelijk en passief schuldig
voor, en aan, de gepleegde fraude. Minister Zalm en staatssecretaris Bos
hebben, na mijn zeer uitvoerige waarschuwingen, en zelfs de interventie
van Hare Majesteit, bewust hun standpunt ingenomen, en zij waren beide
persoonlijk op de hoogte van het conflict en mijn waarschuwingen. Vooral
staatssecretaris Bos, met wie ik nog een persoonlijk onderhoud had, en
die mij zijn persoonlijke bemoeienis toezegde, dient het boetekleed aan
te trekken. Ik ben van mening, dat onverkort aan de ministeriële
verantwoordelijk moet worden vast gehouden. Voor bestuurders die Hare
Majesteit en de Minister-President misleid hebben, Majesteit’s goede
naam en status misbruikt hebben om een fraudegeval bedekt te houden, die
fraudeerden en grove integriteitschendingen pleegden, die de burger
misleid hebben, om hun verantwoordelijkheid te ontlopen, mag geen
plaats, meer, zijn in het openbaar bestuur.
In Nederland blijkt er
evenwel een groot verschil te zijn tussen de leer en de praktijk. De
praktijk heeft bewezen, dat het principe van de ministeriële
verantwoordelijkheid rekbaar wordt toegepast. Het aanbieden van excuses
aan de Kamer, en het beloven van beterschap, is, wanneer ontkennen van
de gemaakte fouten niet meer mogelijk is, soms voldoende. SP-leider
Marijnisse sprak zelfs van een "sorry-democratie".
Maar het controleren van bewindslieden dient wel altijd plaats te
vinden!
Het is natuurlijk niet leuk,
dat er vuile was wordt buiten gehangen van het soevereine landsbestuur.
Het is voor mij een uiterst veeg teken, dat Minister-President Kok, die
door mij meermaals gewaarschuwd is, en die ik zelfs om hulp gevraagd
heb, geen enkele actieve reactie heeft gegeven. En het gaat hier toch om
handelingen die, minimaal, in strijd zijn met de algemene beginselen van
behoorlijk bestuur, met een significant belang. Keiharde duidelijke
feitelijkheden geven geen enkele ruimte voor een tweeledige uitleg van
gebeurtenissen, en toepassing van de wet.
Oproep aan
de volksvertegenwoordiging.
Ik roep u, als
volksvertegenwoordiger, te hulp, omdat het openbaar bestuur jammerlijk
gefaald heeft in het uitvoeren van haar taken in het conflict Trading
Advice/Broersma versus de Overheid.
Aan alle fracties van de
volgende politieke partijen;
Partij van
de Arbeid, Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, Christen
Democratisch Appel, Democraten 66, Groen Links, Socialistische Partij,
Staatkundig Gereformeerde Partij en de Christen Unie.
Aan alle kamerleden die
belast zijn met de controle van het openbaar bestuur.
Geachte
dames en heren,
Middels de
brief van de staatssecretaris van Financiën, van 19 april 2001, die hij
mede schreef namens de minister van Financiën, en op verzoek van Hare
Majesteit en de Minister-President, heeft de staatssecretaris van
Financiën de burger, waaronder uw volksvertegenwoordiging, misleid. De
feiten voor de door mij gemelde fraude zijn direct te lezen in de
website "belastingfraude.nl". Daarbij merk ik op, dat alle
informatie die op deze site wordt vermeld, de waarheid, en alleen maar
de waarheid verhaalt, en verifieerbaar is.
Nadat enkele
vertegenwoordigers van de Tweede Kamer der Staten Generaal er niet in
waren geslaagd, om op een juiste manier met mijn klachten, mijn klagen,
om te gaan, heb ik er daarna voor gekozen het conflict Trading Advice/Broersma
versus de Overheid, zonder censuur of vergelijkbare beperkingen, via de
website "belastingfraude.nl"
openbaar te maken, en onder bredere aandacht te brengen. Ik roep u
hierbij op, niet de andere kant op te kijken. Ik ben mijn wettelijke
rechten kwijt. Met mijn rapport "Causaliteit"
(20-7-2000) heb ik de Commissie voor de Verzoekschriften van de Tweede
Kamer der Staten Generaal ruim geïnformeerd over het conflict Trading
Advice/Broersma versus de Overheid. In het rapport geef ik een juiste
opsomming van het conflict, en beklaag ik mij over, en beoogde ik tevens
een klacht in te dienen tegen, de rol van De Nationale Ombudsman. Naar
mijn mening heeft De Nationale Ombudsman zich niet van zijn taak
gekweten. Hij heeft zelfs volledig gefaald, en daardoor heeft hij ook
nog enkele overheidsinstellingen, geheel ten onrechte, ondersteund bij
hun, duidelijk, foute handelen. De commissie deed feitelijk niets. De
Nationale Ombudsman heeft tevens met zijn mededeling, over het conflict
Trading Advice/Broersma versus de Overheid op het internet, de burger
misleid. Ook dat heet fraude.
Zes en een half jaar duurt
dit conflict al, waarbij de Overheid absoluut niets doet om het op te
lossen. Sterker nog, in de website "belastingfraude.nl"
zijn de voorbeelden van vertragen, van ontkennen en van wangedrag reeds
vermeld. Dat het beantwoorden van vragen, en het oplossen van conflicten
allemaal veel sneller kan, bewees de minister van Financiën onlangs
nog, na een merkwaardige melding van vermeend misbruik van voorkennis
aan de Amsterdamse effectenbeurs door, naar werd gezegd, een terrorist.
Reeds binnen enkele dagen kon de minister, na een snel onderzoek, de
Tweede Kamer mededelen, dat het een geval van loos alarm was.
Het oplossen van het
conflict Trading Advice/Broersma versus de Overheid kan technisch
minstens net zo snel, of zelfs sneller. Al het schriftelijk bewijs voor
fraude, integriteitschendingen en andere misdragingen, van de in de
website "belastingfraude.nl"
genoemde Overheidsdienaren, bevindt zich in een, van omvang, zeer
beperkt dossier. Ik zal er niet ver naast zitten, wanneer ik verwacht,
dat de minister van Financiën geen trek zal hebben in een onpartijdig
onderzoek, omdat reeds na een paar dagen zou kunnen blijken, dat mijn
bewering van de gepleegde fraude volstrekt juist is. Het zou de minister
tevens niet meevallen, mede in naam van de staatssecretaris van
Financiën, in het conflict waarin beide bewindslieden een rol spelen,
de Tweede Kamer te moeten mededelen, "Voorzitter,
het spijt mij u te moeten mededelen, dat het ditmaal geen loos alarm
was, want zowel de staatssecretaris, als ikzelf, waren absoluut fout".
Ik vermoed en begrijp dat de
regering, en wellicht zelfs ook nog de volksvertegenwoordiging, er
moeite mee zal hebben, en zich tot het uiterste zal verzetten, men zal
er mogelijk onderuit willen komen, om op deze (snelle) wijze twee, soms
zelfs bejubelde, coryfeeën uit het kabinet te verliezen. Maar wanneer
het vooral, en ook, om vraagstukken als bestuurlijke zuiverheid en
integriteit gaat, is er meer aan de orde dan de vraag, of een bestuurder
ergens een fout heeft gemaakt, of misschien zelfs strafbare handelingen
heeft gepleegd. Natuurlijk kan ik niet toestaan, dat de wet in politieke
zin wordt toegepast. Naar mijn mening is het ook voor de
volksvertegenwoordiging van het grootste belang om zo snel mogelijk
duidelijkheid te krijgen, of de bewindslieden daadwerkelijk hebben
gefraudeerd, en of zij in functie kunnen blijven. Het vervolg en het
afloop van dit conflict zal ten minste alleen al door mij via de website
"belastingfraude.nl" openbaar
gemaakt worden.
Wanneer de Tweede Kamer
ertoe zal overgaan, hetgeen tevens mijn voorstel is, om een
onderzoekscommissie in te stellen, dan denk ik aan een volstrekt
onafhankelijke commissie, waarin mensen plaats zullen nemen zonder
partijpolitieke en persoonlijke belangen van het volgende niveau en
staat van dienst; de belastingdeskundige professor Van Hilten, de
bestuursrechtdeskundige professor Scheltema en de staatsrechtgeleerde
professor De Mey. De commissie zal een oordeel moeten vellen over de
belastingtechnische, de bestuursrechtelijke en de staatsrechtelijke
juistheid van het gedrag van de ambtenaren in het conflict Trading
Advice/Broersma versus de Overheid.
Wellicht behoort de minister
van integriteitszaken, de heer K. de Vries, de Voorzitter van het
College van Procureurs-generaal, de heer De Wijkerslooth, te verzoeken,
om alsnog een strafrechterlijk onderzoek in te stellen naar het gedrag
van diverse Overheidsinstellingen, dan wel Overheidsdienaren, in het
conflict Trading Advice/Broersma versus de Overheid.
Hoe snel de Tweede Kamer in
actie kan komen, bleek op woensdag 10 oktober 2001, toen in
persberichten het volgende viel te lezen;
Kamer eist
uitleg over vrijlating vermeende terrorist
"……….Uitgegeven:
10-10-2001 14:55
DEN HAAG -
De gehele Tweede Kamer wil opheldering van minister Korthals van
Justitie over de vrijlating van een vermeende Algerijnse terrorist.
De man, die werd verdacht van
het beramen van terroristische aanslagen, werd vorige week vrijdag door
de rechtbank in Haarlem op vrije voeten gesteld na een vormfout. De
Kamer vindt de vrijlating uiterst ernstig en wil dat Korthals de gang
van zaken in een brief uiteenzet. Mogelijk volgt donderdag een
spoeddebat. ………".
Nog dezelfde avond was er
een reactie van minister Korthals. OM gaat vrijlating vermeende
extremist aanvechten.
"………..Uitgegeven:
10-10-2001 21:30
DEN HAAG -
Het Openbaar Ministerie gaat in hoger beroep tegen de uitspraak van de
rechtbank in Haarlem die vorige week een man vrijliet die ervan wordt
verdacht terroristische aanslagen te beramen. Volgens Korthals is echter
ten onrechte de indruk gewekt dat het OM een vormfout heeft gemaakt. Dat
heeft minister Korthals van Justitie woensdag in een brief aan de Tweede
Kamer geschreven. ………..".
Zou de Tweede Kamer der
Staten Generaal, met in hun midden oud-rechter de heer B. Dittrich
(D66), in mijn geval ook zo snel kunnen, of willen handelen? Zal zij de
juiste aanzet willen geven, om aan mijn lijden van zes en een half jaar,
snel een einde te maken?