|
7. Het einde van Trading
Advice (februari
2002)
Het spreekwoord zegt, dat
een kruik zo lang te water gaat, tot hij zinkt. Hoeveel verdachtmakingen
van de Belastingdienst/Ondernemingen Goes, en het Ministerie van
Financiën, zou Trading Advice hebben moeten kunnen doorstaan, voordat
zij aan deze verdachtmakingen ten onder zou gaan? Toen de
Belastingdienst mijn firma Trading Advice, een nota bene bij haar
geregistreerde, gecontroleerde en erkende onderneming, tijdens een
boekencontrole zonder enige juiste aanleiding mededeelde, dat Trading
Advice per direct geen ondernemer meer was voor de Belastingdienst, dan
moest de Belastingdienst daarvoor toch wel een heel goed argument gehad
hebben. De Belastingdienst bleek zich evenwel gruwelijk vergist te
hebben, en het door haar aangevoerde argument voor de ontkenning van het
ondernemerschap bleek zelfs nooit te hebben bestaan. Na zeven maanden
werd het ondernemerschap hersteld.
Nadat de Belastingdienst,
conform de feiten, gedwongen was het ondernemerschap schriftelijk te
bevestigen, had zij, kennelijk in dolle woede en frustratie over haar
pijnlijke nederlaag, een nieuw item bedacht waardoor Trading Advice voor
de tweede keer, binnen een jaar, door de Belastingdienst bij haar
relaties verdacht werd gemaakt. Relaties van Trading Advice stelden
vermogens, geldmiddelen, beschikbaar aan Trading Advice, waarover alleen
Trading Advice, dus zonder enige inmenging of zeggenschap van die
relaties, besliste op welke wijze deze vermogens, op effectenbeurzen,
werden belegd. Deze handelwijze heet, ook in fiscaal jargon, "vermogensbeheer".
Met uitzondering van de, belanghebbende, Belastingdienst was het voor
"kenners" van de wet, en voor Trading Advice en haar relaties
volstrekt onbegrijpelijk, dat de Belastingdienst, geheel onverwacht, en
zonder daar ook maar enig begrijpelijk argument voor te geven, de juiste
duiding van deze activiteit "vermogensbeheer"
had veranderd in "bemiddeling".
Nog onbegrijpelijker werd het, toen de Belastingdienst de volstrekt
juiste argumenten, voor "vermogensbeheer",
van zowel de accountant als de externe, speciaal voor de fiscaal
technische duiding ingehuurde, adviseur van Trading Advice volledig
negeerde. Een toppunt van onbegrip volgde, toen ook het Ministerie van
Financiën in eerste instantie, in november 1996, de activiteiten als
"bemiddeling" duidde. In 1998 zag
het Ministerie de door haar gemaakte fout in, en koos zij alsnog, maar
veel te laat voor het voortbestaan van Trading Advice, voor "vermogensbeheer".
De kruik Trading Advice ging
nog dieper te water, toen de Belastingdienst de ondernemerschappen voor
zowel de inkomsten- als de omzetbelasting van Trading Advice, die kort
daarvoor, na een onderzoek van zeven maanden, nota bene nog expliciet in
een controlerapport waren vermeld, zonder opgaaf van een wettelijke
onderbouwing, opnieuw wilde onderzoeken! Een zeer zwaarwegend begrip als
het "vertrouwensbeginsel" was
kennelijk zoek geraakt in één van de duistere praktijken van de
Belastingdienst/Ondernemingen Goes.
De kruik Trading Advice had
in wezen geen kans meer te blijven drijven, toen de Belastingdienst
besloten had, het ondernemerschap voor de inkomstenbelasting wel toe te
kennen, maar aan het ondernemerschap voor de omzetbelasting te blijven
twijfelen. Dit valt volstrekt door niemand uit te leggen. Want volgens
"de zesde richtlijn", een
Europese bepaling, en dus ook volgens de Nederlandse wet op de
omzetbelasting, is dit absoluut onmogelijk! Wanneer aan de voorwaarden
voor het ondernemerschap voor de inkomstenbelasting is voldaan, dan is
automatisch aan het ondernemerschap voor de omzetbelasting voldaan. Ruw
samengevat betekent dit, dat wanneer aan het meerdere voldaan is, dat
dan automatisch ook aan het mindere is voldaan.
Belangrijke relaties van
Trading Advice konden, zelfs na getoond geduld, op den duur aan de
verdachtmakingen van de Belastingdienst geen touw meer vastknopen, en
vroegen, eind 1996, Trading Advice om definitieve opheldering. Trading
Advice had haar relaties altijd de hele waarheid verteld, en begreep ook
niets van het onwettig en onbegrijpelijk handelen van de
Belastingdienst/Ondernemingen Goes en het Ministerie van Financiën.
Trading Advice kon de verdachtmakingen door de Belastingdienst, zoals
haar relaties dat noemden, niet wegnemen. Dat had alleen de
Belastingdienst kunnen doen.
Toen het vertrouwen in
Trading Advice was opgezegd als gevolgd van het feit, dat Trading Advice
de door haar relaties gevraagde opheldering niet kon geven, bleef
Trading Advice daardoor verstoken van, overeengekomen, bedrijfsleningen
en beleggingskapitaal, en werd Trading Advice op 7 januari 1997,
gedwongen, beëindigd.
----------
Na
de beëindiging van Trading Advice.
Na het beëindigen van
Trading Advice in januari 1997, brak er voor mij (geb. 1-9-1950) de
zwaarste periode uit mijn leven, tot nu toe, aan. Nadat
ik door het foute gedrag van de Belastingdienst reeds in hevige
psychische problemen was gekomen, vertoonde ik in 1997, na de gedwongen
sluiting van mijn bedrijf, zelfs moordplannen en enkele keren zeer zware
suïcidale neigingen, welke ik slechts kon overwinnen door geluk, en
door de voortreffelijke hulp van mijn huisarts.
In 1998 krabbelde ik weer
wat op, en begon ik mij te verweren tegen de foute beslissingen van de
Overheid. Zo wist ik o.a. het Ministerie van Financiën er toe te
bewegen, de activiteiten van Trading Advice alsnog juist te duiden.
Eén van de nadelen van mijn
geschil met de Belastingdienst is, dat relaties uit angst voor de
Belastingdienst, en vaak ook op advies van hun adviseurs, geen
verklaring in mijn voordeel voor mijn verdediging af willen leggen.
"Kijk maar eens wat er van komt, wanneer je de Belastingdienst
tegen hebt. Ze grijpen zelfs, ongecontroleerd en ongestraft, naar
illegale methoden om je onderneming, en zelfs je bestaan, de nek om te
draaien." Met mijn praktijk als actueel voorbeeld, kan ik deze
relaties zeker niet tegenspreken, ik begrijp ze zelfs.
Een Duitse relatie, zelf een
fiscaal specialist, doorbrak deze houding, en gaf in februari 2000 een
verklaring af aan de Belastingdienst/Ondernemingen Goes. Hij verklaarde
wat zijn relatie met Trading Advice was, en dat hij de relatie met
Trading Advice beëindigd had wegens de, voor hem als
belastingspecialist al helemaal niet te begrijpen, vreemde, niet juiste
en zelfs illegale handelwijze van de Belastingdienst. In november 2000
legde, gelukkig voor mij, ook een bankier uit Brussel, ten voordele van
Trading Advice, een verklaring af aan het Ministerie van Financiën.
Meer details over deze verklaring zijn te vinden bij de menukeuze "9.
Ministerie van Financiën, de Belastingdienst".
Ook Nederlandse relaties
willen nog wel, om het mij aangedane onrecht te bestrijden, in mijn
voordeel verklaren, maar voorlopig is hun angst, hun voorzichtigheid,
voor de Belastingdienst groter. Misschien dat een juiste houding van de
Tweede Kamer der Staten Generaal een bescherming kan bieden, om ze
alsnog van mening te doen veranderen. |