6. Hoofdlijnen
van de ten gronde liggende fiscaal technische geschillen en globaal
verloop van het conflict
(februari
2002)
De kern van het conflict
bestaat uit twee thema’s. Enerzijds betreft het de fiscaal technische
beslissingen, het niet juist toepassen van de wet door de Belastingdienst,
en anderzijds gaat het om het ronduit foute gedrag van ambtenaren en
bewindslieden.
Al dan niet toevallig, kreeg
Trading Advice een, door de Belastingdienst/Ondernemingen Goes
uitgevoerde, zeer uitvoerige boekencontrole, nadat een medewerker van
haar, middels malversaties, een zeer grote financiële schade voor Trading
Advice had gecreëerd. Volslagen onlogisch, onbegrijpelijk en onjuist
hielden de controleambtenaren tijdens een boekencontrole, onbespreekbaar,
het ondernemerschap van Trading Advice aan. Pas zeven maanden later werd
het ondernemerschap in het controlerapport dan toch schriftelijk
bevestigd. Maar opnieuw volslagen onlogisch, onbegrijpelijk en onjuist,
had de Belastingdienst de fiscaal technische omschrijving van een deel van
de activiteiten van Trading Advice veranderd van "vermogensbeheer"
in "bemiddeling". Tijdens arbitrage
van het Ministerie van Financiën, betreffende de fiscaal technische
duiding van de activiteiten van Trading Advice, trok de Belastingdienst
het ondernemerschap opnieuw in twijfel, nadat ze er net zeven maanden over
gedaan had, om het juist, conform de feiten, te bevestigen!
Achttien maanden nadat de
controleambtenaren het ondernemerschap van Trading Advice hadden
aangehouden, maakte het hoofd van de Belastingeenheid Goes definitief een
einde aan het "welles nietes spelletje" binnen de eenheid, door
het ondernemerschap te bevestigen. Ondanks deze zeer duidelijke en bindende
beslissing, van de inspecteur zelf, bleek de piraterij binnen de eenheid
hierdoor niet te zijn beëindigd. Een, reeds eerder corrupt gebleken,
ambtenaar wenste zich nog niet gewonnen te geven. Deze ambtenaar trachtte,
zonder geldige reden, en zelfs flagrant in strijd met de wet, een novum te
creëren. Hij bedacht, volgens zijn eigen foute doelredenatie, een
ondernemerschap voor de inkomstenbelasting zonder een ondernemerschap voor
de omzetbelasting. Volgens de Zesde Richtlijn, een Europese bepaling, is
dat evenwel volstrekt onmogelijk. Deze corrupte ambtenaar, een specialist
op dit gebied, is er in hoogste mate verantwoordelijk voor, dat de
Belastingdienst/Ondernemingen Goes het Ministerie van Financiën een deel
van de activiteiten van Trading Advice, ten onrechte, als
"bemiddeling" liet duiden, en dat het Ministerie van Financiën
meerdere malen van onjuiste informatie werd voorzien.
Relaties van Trading Advice
vonden het gedrag van de Belastingdienst onherkenbaar en onlogisch, en
hadden, na een kleine twee jaar, genoeg van de door de Belastingdienst
gecreëerde onduidelijkheid, en eisten derhalve definitieve opheldering
van Trading Advice. Zij verlangden een bericht of aanwijzing van de
Belastingdienst, dat Trading Advice een door de Belastingdienst erkende
ondernemer en vermogensbeheerder was. Indien Trading Advice niet aan de
verlangde opheldering zou kunnen voldoen, dan kon er van verdere
samenwerking geen sprake meer zijn. Door foute beslissingen en de
weigering van de Belastingdienst, om de door haar gemaakte fouten te
erkennen, kon Trading Advice niet aan deze eisen voldoen, en werd zij zo
tot beëindiging gedwongen.
Na de beëindiging van Trading
Advice heb ik staatssecretaris Vermeend (in april 1998), in een aan hem
persoonlijk gericht schrijven, gewaarschuwd voor de corrupte
Belastingdienst/Ondernemingen Goes. Het Ministerie bleef de corrupte
eenheid evenwel, in het kwaad, steunen, al gaf zij de door haar gemaakte
foute keuze voor "bemiddeling" wel
toe. De activiteiten heten wel degelijk "vermogensbeheer",
zoals Trading Advice altijd beweerd had.
De Nationale Ombudsman,
Oosting, ontpopte zich als handlanger van de Overheid. Hij deed geen
serieus onderzoek, en wilde de Overheid kennelijk niet tegen de haren in
strijken. Vervolgens wenste ook de Commissie voor de verzoekschriften van
de Tweede Kamer der Staten Generaal en de Vaste Commissie der Tweede Kamer
niet op mijn hulpgeroep en waarschuwingen van corruptie binnen het
Openbaar Bestuur te reageren.
Omdat de
Belastingdienst/Ondernemingen Goes in haar foute standpunten bleef
volharden, en eind 1999, in het geheel niet meer met mij communiceerde,
deed ik mijn beklag bij de Directeur-Generaal van de Belastingdienst. Deze
dame zei, na korte tijd, mijn klachten onderzocht te hebben, en ze niet
gegrond te vinden. Dit kon evenwel onmogelijk waar zijn. Daarom diende ik
bij de staatssecretaris onmiddellijk een klacht in tegen ambtenaar, en ik
eiste van de staatssecretaris, inmiddels (jaar 2000) heette deze Bos,
bescherming en toepassing van de wet. De staatssecretaris zegde mij in een
persoonlijk gesprek zijn hulp toe, en liet zijn plaatsvervangend
Directeur-Generaal een onderzoek voor hem doen. Deze ambtenaar bleef zijn
Directeur-Generaal trouw, nam de opdracht van de staatssecretaris, en mijn
belang, nooit serieus, bedroog hem en antwoordde mij, kennelijk voor de
staatssecretaris, dat de Overheid niets fout had gedaan.
In mijn uiterste poging de
staatssecretaris te behoeden voor het plegen van actieve fraude, passieve
fraude viel al niet meer te ontkennen, informeerde ik o.a. Hare Majesteit,
de minister-president en de minister van Financiën. Deze laatste twee
bewindslieden verzocht ik de staatssecretaris te ondersteunen tegenover
zijn corrupte (top)ambtenaren, hetgeen een vergeefs verzoek bleek te zijn
geweest.
Wat ik vreesde, en wat ik heb
trachten te verhinderen, is toch gebeurd. Als antwoord voor Hare Majesteit
en de minister-president berichtte mij de staatssecretaris van Financiën,
mede in naam van de minister van Financiën, dat, samengevat, de Overheid
inzake Trading Advice niets verkeerd heeft gedaan. Dit impliceert, dat de
zowel de staatssecretaris als de minister van Financiën Hare Majesteit en
de minister-president hebben misleid, diens status hebben misbruikt en
beledigd. De elite van de Belastingdienst tracht op die manier een door de
Overheid gepleegde fraude, onder de status en goede naam van Hare
Majesteit bedekt te houden.