|
5. Hoe wordt
integriteit, corruptie, fraude en openbaarheid uitgedrukt?
(februari
2002)
Met de volgende woorden zette,
wijlen, minister van Binnenlandse Zaken Ien Dales in 1992 het begrip
integriteit nog eens aan.
"Tegenover
integriteit staat machtsbederf, gebruik van macht in strijd met de
daarvoor geldende normen. Bij machtsmisbruik gaat het om ambtenaren,
bestuurders en politici, die zich niet houden aan de geschreven en
ongeschreven regels en procedures, normen overschrijden of anderszins hun
plichten niet naar behoren vervullen. Van politici, bestuurders en
ambtenaren wordt een hoge moraal, hoge zuiverheid gevraagd. Men moet zich
permanent bewust zijn van de eisen die de bestuurlijke zuiverheid
stelt."
Zij zei ook; "de
Overheid moet volledig integer zijn. Een beetje integer bestaat
niet."
Bij integriteit gaat het over
de wet van het onkreukbare geweten. Geschreven en ongeschreven regels voor
onberispelijk gedrag. Dat men bij ongeschreven regels redelijkerwijs weet
of moet weten, wanneer een gedrag fout is. De geschreven regels zijn
tastbaar. Zo dienen bestuurders zich maximaal in te spannen, om iedere
schijn van vooringenomenheid en belangenverstrengeling te vermijden. Zij
dienen zorgvuldig te handelen, en zij zijn verplicht tot een
belangenafweging. Machtsmisbruik is niet toegestaan, en bestuurders mogen
geen misbruik maken van procedures. Geen handelingen mogen nagelaten
worden, en alle handelingen moeten gemotiveerd kunnen worden. Vertrouwen,
wat in redelijkheid is opgewekt, moet gehonoreerd worden. Het
gelijkheidsbeginsel verplicht, dat gelijke gevallen gelijk behandeld
moeten worden. Een weigering van bestuurders om zich controleerbaar
op te stellen, is al snel in conflict met integriteitregels, geschreven of
ongeschreven.
Met corrupte bestuurders
bedoel ik bestuurders, die, bewust, handelen tegen de wet of tegen de
bedoeling van de wet. Of zij, die dat in alle redelijkheid hadden kunnen
of moeten weten, dan wel het hadden kunnen of moeten vermoeden. Ik bedoel
ook ambtenaren die liegen, of die last hebben van selectief
geheugenverlies. En natuurlijk ook ambtenaren, die de integriteit
schenden.
Fraude is een verzamelwoord
voor dubieuze handelingen en voorstellingen. Onder fraude vallen onder
meer de volgende handelingen: misleiding, het op arglistige wijze opwekken
van onjuiste voorstellingen bij een ander, vervalsing van administratie,
ontduiking van de voorschriften, het in strijd handelen met de bedoeling
van de (belasting)wet, met de feiten knoeien, bedrieglijk te werk gaan,
enz.
Met het oog op een goede en
democratische bestuursvoering, en de controle daarop, is openheid en
openbaarheid van bestuur noodzakelijk. Bestuurders mogen niet willekeurig
besturen. Bestuur dient altijd op beleid gevoerd te worden. Op haar beurt
moet beleid ergens op gericht zijn, beleid moet ergens vandaan komen. Er
moet een visie aan ten grondslag liggen. Het is dus goed, dat er beleid
is, maar dat is niet voldoende. De beleidsmakers moeten hun beleid ook
duidelijk maken. Beleid moet kenbaar zijn, en naar buiten worden gebracht.
Zo zijn b.v. belastingplichtigen vanzelfsprekend geïnteresseerd in het
beleid dat Financiën te hunner aanzien voert, niet alleen in
wetgevingssfeer, maar ook in de uitvoeringssfeer. De verlangde openheid
stelt hen bijvoorbeeld in staat te beoordelen, of zij op voet van
gelijkheid behandeld worden. Toepassing van het gelijkheidsbeginsel vraagt
om maximale openbaarheid van fiscaal beleid. Dus is het zaak, dat de
Belastingdienst een open beleid voert, en dat zij zich controleerbaar
opstelt. |