www.belastingfraude.nl
"Fraude door bewindslieden en (top)ambtenaren
van de Belastingdienst. Zelfs Hare Majesteit belogen."

Gebruiksaanwijzing      (1) Menu                            (2) Samenvatting                (3) Waarborgt de overheid (4) Integriteit en fraude      (5) Hoofdlijnen conflict      (6) Einde Trading Advice    (7) Belastingdienst Goes      (8) Ministerie                     (9) Bewindslieden             (10) Koningin en Premier    (11) Zelfcontrole overheid  (12) Nationale Ombudsman (13) WOB en media             (14) Staatsterreur              (15) Tweede Kamer            (16)

9. Ministerie van Financiën, de Belastingdienst  (februari 2002)

Op 31 maart 2001 schreef de Directeur-Generaal van de Belastingdienst, mevrouw Jenny Thunnissen, in haar voorwoord van het "Jaarverslag 2000" haar volgende fraaie, doch evenwel holle woorden.

"……Ik geloof gewoonweg niet dat je de ontwikkelingen in de maatschappij zo ver van tevoren kunt voorspellen. Dat is slechts aan echte zieners voorbehouden. Ik moet bekennen dat mijn voorstellingsvermogen zo’n tijdspanne niet aankan. Bovendien ben ik vast te praktisch……"

"…… Daar komt nog bij dat de Belastingdienst zijn beleid en werkwijze steeds laat aansluiten op de ontwikkelingen in de maatschappij. Wij zijn de overtuiging toegedaan dat organisaties met een publieke taak zo dicht mogelijk moeten blijven bij de opvattingen en de gewoonten van de burgers en hun bedrijven. Zeker als die publieke taak bestaat uit rechtshandhaving……"

Een goede doelstelling, mooie woorden maar wel met een weerbarstige uitvoering. Volop leugens in het conflict Trading Advice versus de Overheid, waarbij met name de elite van de Belastingdienst, koningin Jenny Thunnissen (Directeur-Generaal) en haar kroonprins Jacques van Blijswijk (plaatsvervangend Directeur-Generaal), precies niets met de bovenvermelde opmerkingen te maken heeft. Hoewel het wel de laatste bestuurders zijn waar je corruptie van zou mogen verwachten, hebben beide ambtenaren zich in het conflict Trading Advice/Broersma versus de Overheid ontpopt als rasechte fraudeurs en ware integriteitschenders. Rechtshandhaving ontbrak volledig bij beide ambtenaren.

Als praktisch ondernemer (mevrouw Thunnissen niet, maar ik wel), maar vooral als vermogensbeheerder (beleggingen aan effectenbeurzen), weet ik als geen ander, dat de toekomst onvermijdelijk onzeker is, en dat broodetende zieners geen profeten zijn. Maar je hoeft in het conflict Trading Advice versus de Overheid geen ziener te zijn, om te weten, dat wanneer het deksel van deze "doos van Pandora", een doos vol ambtsschendingen, integriteitschendingen, misdaden en fraude van een corrupt bestuurderscorps, gelicht wordt, dat er dan zeker lijken uit de kast rollen. Terwijl deze doos krampachtig door de hoogste ambtenaren en bewindslieden, en slechts op de bluf, bewaakt wordt, beoogt deze website een koevoet te zijn, om het deksel juist wel te lichten.

In april 1996 kreeg het Ministerie van Financiën, de heer Lengkeek, van een adviseur van Trading Advice de vraag voorgelegd, hoe een deel van de activiteiten van Trading Advice fiscaal technisch geduid dienden te worden. De Belastingdienst/Ondernemingen Goes had naar de mening van Trading Advice de duiding van "vermogensbeheer" ten onrechte veranderd in "bemiddeling". De externe adviseur van Trading Advice had, met instemming van de Belastingdienst/Ondernemingen Goes, de heer Mulder, de vraagstelling omtrent de duiding juist verwoord. De heer Mulder stuurde nog een brief met belangrijke informatie mee naar het Ministerie van Financiën. In die brief vermelde hij, dat Trading Advice en de Belastingdienst het over alles eens waren, behalve over de fiscaal technische duiding van een deel van de activiteiten. Dat is toch duidelijke taal, die geen ruimte voor misverstanden overlaat.

Dat er bij het beantwoorden van de vraag om "raad en bericht" van het Ministerie, door de Belastingdienst, bij de Belastingdienst/Ondernemingen Goes problemen ontstaan waren, merkte het Ministerie reeds bij het uitblijven van het antwoord op haar verzoek. Bij bestudering van het dossier Trading Advice bij zowel de Belastingdienst/Ondernemingen Goes, als bij het Ministerie van Financiën werd mij bekend, dat het Ministerie de heer Tromp meerdere keren vergeefs heeft gerappelleerd om te antwoorden. Het heeft er alle schijn van, dat de heer Tromp middels zijn tussenberichten en zijn ambtsbericht van 22 oktober 1996, ten onrechte, een negatief en niet juist beeld van Trading Advice heeft geschetst, middels het aanleveren van niet juiste gegevens. Alle documenten waaruit dit o.a. direct gelezen zou kunnen worden, worden angstvallig voor mij geheimgehouden (zie menukeuze "14. Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) en de media"). Ik denk er redelijkerwijs vanuit te mogen gaan, dat de heer Lengkeek niet meer met de beantwoording van de brief van de adviseur van Trading Advice belast bleef, omdat hij zich niet voor het plegen van misleiding wilde lenen. Kennelijk had mevrouw Ellie Vrouwenvelder daar géén moeite mee. Helaas heb ik om snel een antwoord van haar te krijgen (Trading Advice was door het geklungel van de Belastingdienst in tijdnood geraakt), door de vaste kamercommissie voor Financiën der Tweede Kamer der Staten Generaal druk op haar laten uitoefenen, om snel een antwoord te geven. Zij besliste, in november 1996, dat de duiding van de bedoelde activiteiten van Trading Advice "bemiddeling" is. Deze duidelijk foute keuze werd door adviseurs van naam en faam absoluut niet begrepen.

De brief waarin mij het slechte nieuws van de foute duiding bereikte, was geschreven door de directeur verbruiksbelastingen, de heer Guus van Norden. Zijn brief (27-11-1996) verbaasde mij in zeer hoge mate. Ofwel heeft deze man zich, op een knullige manier, door de heer Tromp laten misleiden, of wel is ook deze man corrupt. Beide keuzes zou ik onvoorstelbaar willen vinden. Maar naast de mededeling van de foute duiding vermelde de brief, in tegenspraak met de werkelijkheid, ook twijfel aan het ondernemerschap voor de omzetbelasting. Het, volstrekt onzinnige, argument dat hij daarvoor aanvoerde, was echter een afweging die gemaakt wordt bij het toetsen van het ondernemerschap voor de inkomstenbelasting! En zijn aangeleverd argument kon hij bovendien niet meer aanvoeren, omdat het ondernemerschap voor de inkomstenbelasting nauwelijks één maand eerder expliciet door de inspecteur zelf, het hoofd van de eenheid, nadrukkelijk was bevestigd. Derhalve kan uit zijn opmerking dan toch slechts geconcludeerd worden, dat de heer Tromp voor het Ministerie verzwegen heeft, dat het ondernemerschap voor de inkomstenbelasting op 15 oktober 1996 expliciet en definitief door het hoofd van de eenheid was bevestigd. Later zou de plaatsvervangend Directeur-Generaal, de heer Van Blijswijk, deze, foute, gedachtegang bevestigen! De heer Van Norden had minimaal het bedrog van de heer Tromp ontdekt moeten hebben. Hij had kritisch moeten zijn. Hij had toen zelfs al kunnen en moeten weten, dat de informatie van de heer Tromp, dat er geen sprake was van ondernemerschap voor de omzetbelasting, eigenlijk niet op waarheid kon berustten. Voor deze stelling voer ik de volgende argumenten aan;

In april 1996 had de heer Mulder (Belastingdienst Goes) het ondernemerschap per brief al aan het Ministerie medegedeeld, toen hij schreef dat er, samengevat, m.u.v. het geschil over de duiding, over alles overeenstemming was tussen de Belastingdienst en Trading Advice. Dus ook over het ondernemerschap. Was de heer Van Norden niet verbaasd, dat de heer Tromp het Ministerie kennelijk anders informeerde, en was hij onwetend van het feit (en de reden daarvoor), dat de heer Lengkeek was vervangen door mevrouw Ellie Vrouwenvelder?

Vervolgens en bovendien impliceert een vraag over de fiscaal technische duiding juist het ondernemerschap voor, in dit geval, de omzetbelasting! Anders kon je niet eens aan de vraag over de duiding van de activiteiten toegekomen zijn. Lange tijd bestreed de heer Tromp deze argumentatie, maar later gaf hij deze logica, zei het veel te laat, en kennelijk eerst nadat hij een nieuwe smoes bedacht had, toch toe.

Met de mededeling in zijn brief, dat voor de beoordeling van de duiding van de activiteiten slechts naar de contractuele verhouding tussen Trading Advice, haar klanten en commissionairs is gekeken, gaf de heer Van Norden duidelijk te kennen, dat geen enkele aspect van de vele gesprekken tussen vertegenwoordigers van Trading Advice en de Belastingdienst/Ondernemingen Goes, over die duiding, is meegewogen, of zelfs maar bij het Ministerie bekend was. Dat kan alleen door de misleidende informatie van de heer Tromp veroorzaakt zijn. Waarom was of werd de voorgeschiedenis voor de inmenging van de heer Tromp niet meegewogen? Maar zelfs dan nog gaven de bovengenoemde contractuele verhoudingen, en de inhoud van de brief van de adviseur in april 1996, geen enkele aanleiding voor de foute keuze "bemiddeling". Deze keuze was slechts een uitkomst van een, foute, doelredenatie van de Belastingdienst/Ondernemingen Goes. Daarom had het Ministerie van Financiën, bij een nieuwe beoordeling in 1998, in alle objectiviteit, ook geen schijn van kans haar gemaakte foute keuze met succes te verdedigen, en koos zij toen alsnog, terecht, voor "vermogensbeheer".

Ik vind, dat ik de heer Van Norden, als directeur verbruiksbelastingen een belangrijke gespecialiseerd ambtenaar, de inhoud van zijn brief zeer zwaar aan mag rekenen.

Op 3 december 1996 vroeg de vaste Commissie voor Financiën de staatssecretaris van Financiën opheldering of mijn verhaal, dat mijn alarmkreet van 13 november 1996 vergezelde, klopte.

Op 17 december 1996 gaf staatssecretaris Vermeend zijn reactie aan de vaste Commissie voor Financiën. Op 10 januari 1997 was deze brief op de nieuwsdienst van het Ministerie te lezen geweest. Met zijn antwoord heeft de staatssecretaris de vaste Commissie voor Financiën misleid. Hij heeft de commissie niet de waarheid verteld. De staatssecretaris vermeldt, dat hij per brief van 22 oktober 1996 door de Belastingdienst op de hoogte was gebracht, van de situatie m.b.t. Trading Advice. Voor zijn inhoudelijk verweer verwijst hij naar zijn brief van 27 november 1996. Dat is de brief, die door de heer Van Norden was geschreven, en die ik hierboven van een eerste commentaar heb voorzien (zie voor het tweede commentaar menukeuze "10. Bewindslieden"). De staatssecretaris heeft dus de leugens van de heer Tromp, ten onrechte, voor de waarheid gehouden. Het is niet waarschijnlijk, dat de heer Vermeend zijn brief zelf heeft geschreven. Mij is aannemelijk gemaakt, dat brieven van de staatssecretaris gewoonlijk door de plaatsvervangend Directeur-Generaal geschreven worden. De brief zou dan geschreven zijn door mevrouw Jenny Thunnissen. Degene die de brief voor de staatssecretaris voorbereidde en schreef, diende niet alleen af te gaan op de gegevens die waren aangeleverd door de heer Tromp, maar had, in het kader van zorgvuldigheid, ook Trading Advice moeten contacteren. Zeker nadat er van de Belastingdienst/Ondernemingen Goes elkaar tegensprekende mededelingen gekomen waren. Zo een zorgvuldigheid blijkt er niet te zijn geweest.

Per brief van 1 april 1998, die ik aan de staatssecretaris W. Vermeend persoonlijk heb gericht, liet ik de staatssecretaris weten, dat hij door de heer Tromp van de Belastingdienst/Ondernemingen Goes was voorgelogen, en dat hij door hem was misleid (zie uitvoeriger bij menukeuze "10. Bewindslieden").

Omdat het Ministerie van Financiën onmogelijk gelijk kon hebben met haar beslissing, in november 1996, om een deel van de activiteiten van Trading Advice als "bemiddeling" te duiden, verzocht ik in 1998 het Ministerie deze kwestie van de duiding nog eens te bekijken. Daarop vond er een gesprek plaats op 29 april 1998 bij het Ministerie van Financiën. Van de zijde van het Ministerie waren er de heer De Ruiter, die het gesprek leidde, en mevrouw Moree, die een gespreksverslag maakte. Ik werd vergezeld door mijn externe adviseur. Een lastige factor was, dat ook de heer De Ruiter ervan uitging, dat het ondernemerschap niet bestond. Hoe kon hij ook anders na de misleiding van de heer Tromp van de Belastingdienst/Ondernemingen Goes, en de niet kritische opstelling van het Ministerie. Een toets voor het ondernemerschap voor de inkomstenbelasting (betreffende een doelstelling van Trading Advice) die hij op zijn Ministerie extra liet uitvoeren, slaagde. Voor het ondernemerschap voor de omzetbelasting werd ik terug verwezen naar de Belastingdienst/Ondernemingen Goes. Een merkwaardige gang van zaken, die ik niet begrijp.

Het was een goed open onderhoud, maar, naar later zou blijken, ook hier was er weer wat fout gegaan, en kreeg het gesprek nog een heel vreemd staartje. Bij bestudering van mijn dossier bij zowel de Belastingdienst/Ondernemingen Goes, als bij het Ministerie van Financiën ontdekte ik, dat er zonder mijn medeweten of instemming, en ook zonder dat van mijn adviseur, door mevrouw Klaske Moree een tweede, geheim gehouden, gespreksverslag was gemaakt, dat verder alleen aan de Belastingdienst in Goes was verstrekt. Waar Trading Advice het met een samenvatting moest doen, kreeg de Belastingdienst Goes wat een woordelijk verslag genoemd werd (met ettelijke onwaarheden), en wat onmogelijk een woordelijk verslag kon zijn. Ik was alweer bedrogen. Was dit alleen gedaan in een volgende poging, om het complot overeind te houden? Ik begrijp nu ook, waarom de heer Jan Boer, van de Belastingdienst/Ondernemingen Goes, die mij nadrukkelijk had gezegd, dat hij onpartijdig en onbevooroordeeld was (en dat bovendien wilde blijven), voordat het aanvullende boekenonderzoek in juli 1998 plaatsvond, een detail wist, dat hij als onpartijdige onbevangen ambtenaar niet had kunnen weten, omdat dat detail alleen op het Ministerie was besproken. Het grappige was (maar slechts achteraf), dat hij zich, zonder dat hij zich dat zelf kon realiseren, voor de eerste keer, bij mij verdacht gemaakt had (zie ook de heer Jan Boer bij menukeuze "8. Belastingdienst/Ondernemingen Goes"). Het belangrijkste resultaat van het gesprek lag ik het feit, dat het Ministerie van Financiën alsnog voor de fiscaal technische duiding "vermogensbeheer" had gekozen.

De staatssecretaris had zich niets aangetrokken van mijn waarschuwing van 1 april 1998, en met zijn brief van 19 mei 1998 gaf de staatssecretaris antwoord op vragen van De Nationale Ombudsman. De staatssecretaris heeft toen de De Nationale Ombudsman misleid. Zijn brief was opgemaakt door de plaatsvervangend Directeur-Generaal, mevrouw Thunnissen. Op haar beurt was mevrouw Thunnissen door de heer Tromp, Belastingdienst/Ondernemingen Goes, misleid. Het verwijt, dat ik de heer Van Norden maak, treft natuurlijk ook mevrouw Thunnissen. Zij waren beide niet attent en kritisch tegenover de heer Tromp, en met hun nonchalance hebben ze beide de staatssecretaris onnodig in een verkeerde positie gebracht. Mevrouw Thunnissen was op 19 mei 1998 zelfs extra gewaarschuwd door mijn waarschuwing aan de staatssecretaris van 1 april 1998. Waarom nam ze mij toen niet serieus? Mevrouw Thunnissen vertelde De Nationale Ombudsman een verhaaltje, waarbij zij de Ombudsman o.a. misleidde over het feit, dat de feiten nog niet duidelijk waren (dat was de lijn Tromp). Ook misleidde zij de ombudsman over het feit, dat het ondernemerschap nog betwijfeld werd. Zij vergat (Toeval of niet, of wist zij het echt niet?) de Ombudsman mede te delen, dat het hoofd van de eenheid in Goes op 15 oktober 1996 expliciet het ondernemerschap had bevestigd. Op dat niveau moet zo een fout toch ondenkbaar zijn. Extra gênant voor haar is daarbij ook nog het feit, dat, op hetzelfde moment, de Belastingdienst/Ondernemingen Goes De Nationale Ombudsman wel meedeelde, dat er sprake was van ondernemerschap voor de inkomstenbelasting. Deze dame zou het later evenwel nog veel bonter gaan maken.

Op 1 oktober 1998 werd De Nationale Ombudsman opnieuw door mevrouw Thunnissen misleid. De Ombudsman was door mij op de hoogte gebracht van het feit, dat het Ministerie van Financiën de duiding "bemiddeling" na een gesprek op 29 april 1998 had veranderd in "vermogensbeheer". De vraag van de Ombudsman aan de staatssecretaris was, waarom in 1996 niet direct was gekozen voor "vermogensbeheer". Mevrouw Thunnissen misleide de Ombudsman toen zij schreef, dat uit de brief met de vraagstelling van mijn adviseur aan het Ministerie (25-4-1996) niet viel te lezen, dat het om "vermogensbeheer" zou gaan. De brief, die zich momenteel in vier dossiers bevindt, laat evenwel geen enkele ruimte voor twijfel. De omschrijving in de brief beschrijft de handelingen, die bij "vermogensbeheer" horen, en niet bij "bemiddeling".

Toen ik mij, op 16 mei 2000 tot de Directeur-Generaal wendde, omdat de Belastingdienst/Ondernemingen Goes mij doodzweeg, bleek de plaatsvervangend Directeur-Generaal van 1998, mevrouw Jenny Exit mevrouw Thunnissen? Thunnissen, inmiddels, vanaf 1 mei 2000, de nieuwe Directeur-Generaal te zijn. Ze zat er dus nog maar net, toen ik haar verzocht onmiddellijk een diepgaand onderzoek in te stellen in het conflict Trading Advice/Broersma versus de Overheid, en de heren Raspe en Tromp onmiddellijk te schorsen wegens ernstige misdaden. Op 8 augustus ontving ik haar antwoord. Zij deelde mij mede, dat zij mijn klachten onderzocht had, en dat mijn klachten niet gegrond waren. Op mijn vraag mij inzicht te geven in haar onderzoek is nooit geantwoord. Op 31 augustus 2001 werd mij door het Ministerie van Financiën schriftelijk medegedeeld, dat over haar onderzoek geen informatie is neergelegd in (schriftelijk en/of digitale) documenten. Het lijkt mij, dat mevrouw Jenny Thunnissen, Directeur-Generaal van de Belastingdienst, met haar brief van 8 augustus 2000 de kluit belazerd heeft, en dat zij zelfs valsheid in geschrifte heeft gepleegd. Zij heeft niks onderzocht, hetgeen uit de inhoud van haar reactie reeds direct viel af te leiden. Het was natuurlijk ook niet leuk voor de Directeur-Generaal, die nog maar net in haar nieuwe functie was, om haar eigen fouten als plaatsvervangend Directeur-Generaal te moeten veroordelen. Tegenover het belang van de Overheid, en haar eigen belang, was het voor haar veel makkelijker om Broersma nogmaals te bedriegen. Want hoe kan een burger zich nou, met kans op succes, tegen de Overheid weren, en wie gelooft Broersma nu nog? Onmiddellijk diende ik een klacht in tegen deze Directeur-Generaal. Wie deze website, in zijn geheel, gelezen heeft, hoeft zich niet meer te verbazen, dat ik haar opmerking over "rechtvaardigheid" in het voorwoord van het "jaarverslag 2000" (zie aanvang van deze menu keuze) holle woorden noem.

Door het niet juiste handelen van mevrouw Thunnissen, bleven ook de heren Raspe en Tromp, ten onrechte, buiten schot, m.b.t. mijn verzoek om beide ambtenaren onmiddellijk te schorsen. Tijdens mijn speurtocht naar de redenen van o.a. de gedragingen van ambtenaren van de Belastingdienst/Ondernemingen Goes, stelde ik vast, dat de zwarte doos van de Belastingdienst niet geheel gesloten was. Zo werd mij bekend, dat het hoofd van de eenheid, de heer Henk Raspe, in het conflict Trading Advice/Broersma versus de Overheid, niet voor de eerste in de fout ging. Het is de Directeur-Generaal van de Belastingdienst, mevrouw Thunnissen, al geruime tijd bekend, dat deze meneer Raspe absoluut niet geschikt is, om de zeer belangrijke rol van inspecteur te vervullen. Ik herinner de Directeur-Generaal nog maar eens, met de nodige discretie, aan de disciplinaire straf die de heer Raspe bij een andere eenheid kreeg (hij werd weg gedegradeerd), en naar zijn voortdurende zeer ernstige problemen met de ambtenaren op zijn eenheid. Eén geschil haalde zelfs de landelijke pers. Derhalve is destijds, geheel ten onrechte en met alle noodlottige gevolgen van dien, mijn belang aan deze malloot toevertrouwd. En zelfs na mijn waarschuwing greep de Directeur-Generaal niet in. Ondernemend Zeeland, let op uw zaak, en tel uw (fiscale) vingers na. Omgang met de Belastingdienst/Ondernemingen Goes blijkt zeer riskant te kunnen zijn.

Vervolgens schreef ik mijn rapport "meneer Bos, uw D-G stuntelt" (15-8-2000), en verzocht ik de staatssecretaris o.a. de Directeur-Generaal ernstig te berispen. Op 13 september 2000 had ik een persoonlijk onderhoud met de staatssecretaris op het Ministerie van Financiën (meer info bij de menukeuze "10. Bewindslieden"). De staatssecretaris beloofde mij, dat hij serieus met mijn klachten om zou gaan, en gaf de plaatsvervangend Directeur-Generaal, de heer Jacques van Blijswijk opdracht het, bij deze opdracht behorende, onderzoek te doen. En deze mijnheer Jacques van Blijswijk bleek de slechtste leugenaar van allemaal. Hij toonde zich een rasechte chicaneur en fraudeur. Zijn onderzoek voor de staatssecretaris eindigde in het feit, dat de staatssecretaris van Financiën, met in zijn spoor de minister, Hare Majesteit en de Minister-President (en dus ook de burger) heeft misleid.

Met de heer Van Blijswijk heb ik op het Ministerie van Financiën twee uitvoerige gesprekken gehad. Een belangrijk thema in die gesprekken was het, door mij telkens weer herhaalde, feit, dat het standpunt van het Ministerie van Financiën was gebaseerd op foute aannames en hypotheses, die telkens weer, ten onrechte, als feiten werden gepresenteerd. Deze niet juiste gegevens waren aangeleverd door de Belastingdienst/Ondernemingen Goes.

Voor zijn onderzoek had de heer Van Blijswijk onder meer de beschikking over vijf door mij geschreven rapporten, "Wanneer Macht corrumpeert" (11-2-2000, voor de Belastingdienst/Ondernemingen Goes), "Causaliteit" (20-7-2000, voor de commissie voor de verzoekschriften der Tweede Kamer der Staten Generaal), "Dwaling, fictie en bedrog" (17-11-2000, voor de heer Van Blijswijk zelf), "Meneer Bos, uw D-G stuntelt" (15-8-2000, voor de staatssecretaris) en "de Zesde Richtlijn genegeerd" (17-11-2000, eveneens voor de staatssecretaris). Voorts wees ik de heer Van Blijswijk telkens op het feit, dat uit de reacties van het Ministerie van Financiën geconcludeerd diende te worden, dat het dossier Trading Advice op het Ministerie van Financiën belangrijk afweek van het dossier Trading Advice bij de Belastingdienst/Ondernemingen Goes, en mijn dossier. Ook na zijn, vermeend, onderzoek hield de heer Van Blijswijk vol, dat de dossiers gelijk zijn. Daar moet hij voor liegen, want bestudering van de dossiers toont aan, dat van de dossiers slechts een beperkt aantal documenten overeen komen. Wat wel overeen komt, zijn die documenten, waarmee de Belastingdienst/Ondernemingen Goes het Ministerie van Financiën informeerde en misleidde, en waarvan ik geen kennis mag hebben (zie ook menukeuze "14. Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) en de media").

De heer Van Blijswijk schreef mij (22-12-2000), dat hij na mijn toelichting, en na bestudering van mijn rapporten, beter is gaan begrijpen, waarom het conflict Trading Advice versus de Overheid bij mij zulke grote emoties oproept. Daarvoor moet hem dan toch, hoewel hij het ontkent, nieuwe informatie bereikt hebben? Anders had hij dat toch al eerder begrepen kunnen hebben. Daarbij werd hij zelfs nog even emotioneel door letterlijk te schrijven; "Wat u zakelijk en persoonlijk is overkomen, even los waarvan dat het gevolg is geweest, is natuurlijk vreselijk". Wat ik vreselijk vind, is het ontwijken van de verantwoordelijk en het ontkennen van gemaakte fouten door de Overheid. De opmerking van de heer Van Blijswijk is toch huichelachtig vroom.

Na de reconstructie van gebeurtenissen, wat het onderzoek door de heer Van Blijswijk toch had moeten zijn, maar wat het niet was, bleek, dat er werkelijk niets was veranderd. Dezelfde foute aannames en hypotheses werden opnieuw als feiten gepresenteerd. Misschien werd er van de plaatsvervangend Directeur-Generaal wel te veel moed gevraagd, om zijn Directeur-Generaal, alsmede alle, in het conflict Trading Advice versus de Overheid, foute ambtenaren af te vallen in het voordeel van de waarheid, en dacht hij waarschijnlijk ook, en vooral, aan zijn eigen toekomst. Maar door anderzijds te kiezen voor het plegen van fraude, het riskeren van de posities van de staatssecretaris en de minister van Financiën, door hen Hare Majesteit, de Minister-President en de burger te laten misleiden, pleegde hij een zeer ernstige misdaad. Maar het was wel zijn (bewuste) keuze. Het heeft er alle schijn van, dat de plaatsvervangend Directeur-Generaal zijn onderzoek, dat hij op verzoek van de staatssecretaris deed, voornamelijk pro forma, maar zeker niet deugdelijk, gedaan heeft. De heer Van Blijswijk acteerde verbaasd te zijn, en hij voelde zich door mij geschoffeerd (zijn eigen woorden), toen ik mijn vertrouwen in hem opzegde. Gedurende het onderzoek en erna, ben ik ervan overtuigd geraakt, dat de heer Van Blijswijk mij angstvallig afschermde voor de staatssecretaris. Zelfs na mijn klacht tegen de plaatsvervangend Directeur-Generaal beantwoordde deze man, tot mijn niet geringe verbazing, mijn aan de staatssecretaris persoonlijk gerichte brieven en verzoeken, waaronder eveneens een waarschuwing tegen hem zelf.

Alsof het niet, of het niet goed, onderzoeken van de gebeurtenissen, en het opnieuw trekken van dezelfde foute conclusies niet erg genoeg was, probeerde de heer Van Blijswijk mij daarbij ook nog middels leugens te misleiden, hetgeen zijn geloofwaardigheid helemaal naar het nulpunt deed dalen. Het moet hem bewust zijn geworden, hoe moet ontdekt hebben, dat het vertrouwensbeginsel door de Belastingdienst/Ondernemingen Goes geschonden was. Waarom zou hij er anders nog eens nadrukkelijk de aandacht op gevestigd hebben? In ieder geval probeerde hij mij geloofwaardig te maken, dat het, in 1995, nog steeds zo zijn geweest, dat mededelingen gedaan in een controlerapport, een voorlopig standpunt van de inspecteur zouden inhouden. De misleiding van de heer Van Blijswijk, in deze, bestaat uit het feit, dat deze wetgeving, in 1995, al jaren niet meer bestond. Toen, en ook nu, verkondigen mededelingen in een controlerapport het definitieve standpunt van de inspecteur. Desalniettemin schreef de heer Van Blijswijk mij o.a. de volgende woorden;

"Van een voorlopig standpunt is sprake wanneer tijdens een controle of in het verslag van de controle een standpunt wordt ingenomen. Bij het opleggen van een aanslag neemt de inspecteur gemotiveerd het definitieve standpunt in. Dat laatste standpunt is bepalend voor de rechtsverhouding tussen belastingplichtige en de Belastingdienst. Alleen als een belastingplichtige in redelijkheid erop mocht vertrouwen dat het voorlopig standpunt ook het definitieve zou zijn is de inspecteur gehouden aan dat voorlopig standpunt".

Deze super idiote opmerking van de heer Jacques van Blijswijk (plaatsvervangend Directeur-Generaal van de Nederlandse Belastingdienst!) zou, als deze opmerking plotseling opnieuw weer regel zou zijn geweest, ondernemend Nederland slapeloze nachten hebben kunnen bezorgen. Onder de menukeuze "8. Belastingdienst/Ondernemingen Goes" kan de heer Van Blijswijk nog eens nalezen, welke beslissing de inspecteur van de Belastingdienst/Ondernemingen Goes, de heer Van Grinsven, zelf genomen heeft op 15 oktober 1996 m.b.t. het ondernemerschap.

De heer Van Blijswijk had in één van onze gesprekken ook te kennen gegeven, dat, samengevat, het beëindigen van de samenwerking met Trading Advice door haar relaties, voor verantwoording van deze relaties zou zijn. Hij was van mening, dat, ondanks de problemen van Trading Advice met de Belastingdienst, relaties best nog zaken met haar hadden kunnen doen. Vanuit zijn veilige burcht aan het Korte Voorhout in Den Haag, zag hij, in tegenstelling met mijn relaties, geen beletsels om zaken te doen met Trading Advice. Toen ik mijn relaties op het standpunt van de plaatsvervangend Directeur-Generaal gewezen had, schreven twee van hen direct een brief aan de heer Van Blijswijk, om zo hun verantwoordelijk voor de genoemde relatiebreuk te ontkennen. Zij deelden de heer Van Blijswijk duidelijk mede, dat het vreemde, niet juiste gedrag en de foute beslissingen van de Belastingdienst de enige reden was tot het verbreken van de relatie met Trading Advice.

Hoewel de heer Van Blijswijk eerder op mijn vraag geantwoord had, dat hij geen bevoegdheid had om een bindend oordeel te vellen over het causale verband bij het einde van Trading Advice, en wij derhalve hadden afgesproken dit thema onbesproken te laten, ging hij hiermee De Drie Koningen zijn op de vlucht geslagen.toch in de fout, door het causaal verband bij het einde van Trading Advice opnieuw aan te voeren. Dit was geheel onnodig, en zorgde alleen voor een voor mij negatieve stemming. In een brief, die kennelijk door moest gaan voor het officiële antwoord van de staatssecretaris (hij was niet door de staatssecretaris, maar, zonder mandaat, door de heer Van Blijswijk ondertekend) deelde de plaatsvervangend Directeur-Generaal mede, dat de oorzaak voor het einde van Trading Advice was veroorzaakt door het verloren gegane vertrouwen van haar relaties, als gevolg van de manipulaties van de vroegere medewerker. Hoe kon hij dit mededelen met, nota bene, de volstrekt anders luidende verklaringen van twee relaties van Trading Advice in zijn bezit? Terwijl er tevens voor zijn aanname geen enkele aanwijzing bestaat. Het is een volledig verzonnen doelredenatie, die slechts als pure manipulatie van het stemmingsbeeld aangemerkt kan worden. Dat de plaatsvervangend Directeur-Generaal, de heer Van Blijswijk, ook nog meldde, dat de Directeur-Generaal, mevrouw Thunnissen, niets fout heeft gedaan, kan geen verwondering meer opwekken.

Dat de heer Van Blijswijk geen gelijk kan hebben met zijn opwerking, dat, samengevat, de Overheid geen fouten gemaakt heeft in haar conflict met Trading Advice, valt tevens, en alleen al, te concluderen uit de inhoud van "Elsevier Belasting Almanak omzetbelasting", waarvan hij medeauteur is, en met welke Almanak hij zichzelf automatisch als bedrieger ontmaskert. Een opvallend detail is, dat de heer Lengkeek, medeauteur van deze Almanak is. In 1996 was hem gevraagd, om de activiteiten van Trading Advice te duiden, doch hij leende zich kennelijk niet voor het plegen van bedrog. Toen ik dit feit, het auteurschap van de heer Van Blijswijk, per brief aan de staatssecretaris meldde, antwoordde opnieuw de heer Van Blijswijk. Want de staatssecretaris zou hem gevraagd hebben, ook deze brief voor hem te beantwoorden. Het was een feit geworden, dat de brieven en verzoeken die ik aan de staatssecretaris persoonlijk richtte, allemaal behandeld werden door de heer Van Blijswijk, en niet door de staatssecretaris zelf. Deze praktijk was ook gewoon door gegaan, nadat ik tegen de plaatsvervangend Directeur-Generaal een klacht had ingediend. Ik kan niet meer ontkennen, dat de staatssecretaris niets te zeggen heeft bij zijn (top)ambtenaren. Deze ambtenaren gingen onverstoorbaar verder met het graven van het politieke graf voor de staatssecretaris. Daarom kan de Tweede Kamer der Staten Generaal hem er nu zo in laten zakken.

In tegenstelling tot de heer Tromp (lompe beer) van de Belastingdienst/Ondernemingen Goes was de heer Van Blijswijk in omgang, en in het gesprek, een innemend persoon (al bleek hij later de bekende wolf in schaapskleren te zijn). Als ambtenaren, en dus dienaren van de burger, bleken het beiden niet meer dan miserabele mannetjes te zijn.

 

Oprichtingsdatum: 12.11.01
Laatst bijgewerkt: 04.02.03