www.belastingfraude.nl
"Fraude door bewindslieden en (top)ambtenaren
van de Belastingdienst. Zelfs Hare Majesteit belogen."

Gebruiksaanwijzing      (1) Menu                            (2) Samenvatting                (3) Waarborgt de overheid (4) Integriteit en fraude      (5) Hoofdlijnen conflict      (6) Einde Trading Advice    (7) Belastingdienst Goes      (8) Ministerie                     (9) Bewindslieden             (10) Koningin en Premier    (11) Zelfcontrole overheid  (12) Nationale Ombudsman (13) WOB en media             (14) Staatsterreur              (15) Tweede Kamer            (16)

14. Wet openbaarheid van bestuur (WOB) en de media  (februari 2002)

Twee thema’s die alles met openbaar maken te doen hebben.

Er ligt een zwarte doos in de beerput

"Het vereist veel moeite en inlevingsvermogen, om een schematische voorstelling te maken over bestuurlijke werkelijkheid. Een handicap daarbij is, dat de burger vaak op een bestuurlijke zwarte doos stuit, de Overheidsmachinerie. Het openen van deze doos kan, zo dit al lukt, zeer gevoelig liggen. Omdat de verklaringen, die deze zwarte doos openen, minimaal irritatie opwekken, en meestal een weinig verheffend beeld laten zien van ambtenaren". Deze regels komen bijna letterlijk uit het voorwoord van het boekje "Ambtelijke vertellingen", waarvan de vroegere voorzitter van het college van procureurs-generaal, de heer Arthur Docters van Leeuwen, medeauteur is.

Reeds geruime tijd voor het openen van de zwarte doos in het conflict Trading Advice, is er reeds voor de foute Overheidsdienaren geen enkele weg terug meer, om hun fouten te bekennen, zonder het lijden van een significant gezichtsverlies. Is deze website echt verboden?Omdat het, zelfs maar een beetje, toegeven van hun fouten zou betekenen, dat zij vrijwillig bekennen schuldig te zijn, aan door hen verzuimde beroepsernst, en de door hen gepleegde fraude. Het behoeft allerminst bevreemding te wekken, dat deze ambtenaren er dan maar ten eigen voordeel voor gekozen hebben, om mij als belastingplichtige burger, middels het toepassen van machtsmisbruik, en het plegen van list en bedrog, te offeren.

Over de rug van hun slachtoffer proberen zij hun, geheel onnodig gemaakte, fouten en overtredingen (zij waren er door geen enkele feitelijke reden toe gedwongen) argeloos in de zwarte doos te stoppen, ten einde over hun gedragingen geen verantwoording af te hoeven leggen, en om te verhinderen als misdadigers ontmaskerd te worden. Een morele duiding van de betwiste gedragingen zou zo in ieder geval ook niet meer aan de orde komen. Een saillant detail is, dat de ambtenaren ondanks dat zij zich sterk van hun gelijk overtuigd presenteren, zich het recht genomen hebben belangrijke fundamentele gegevens achter te houden, dus niet openbaar te maken. Wanneer het staatsbelang niet in het gedrang is, dan is het "om persoonlijke redenen" niet openbaar maken, altijd, en bij voorbaat al verdacht. Daar komt bij, dat een zwarte doos gewoonlijk al snel in conflict is met een juiste uitoefening van openbaar bestuur. Dat zij het reglement van de WOB (Wet Openbaarheid van Bestuur) veelvuldig genegeerd hebben, is één van de vele, en een volgende aanwijzing, dat de betroffen ambtenaren niet meer dan gewone boeven zijn, maar wel met een Overheidsjas aan.

De Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) is mede bedoeld, om de burger bescherming te bieden tegen wandaden van de Overheid. Dat houdt gelijktijdig in, dat de Overheid zich uit eigenbelang, in geval van door haar gepleegde wandaden, maximaal zal verzetten tegen het openbaar maken van bij haar opgeslagen, en opgevraagde cruciale documenten of gegevens. Dit is zeker ook mijn ervaring. Daarbij heeft de aanvrager van documenten de pech, dat het de Overheid zelf is, die nagenoeg oncontroleerbaar, beslist, wat de aanvrager onder ogen krijgt. Bewijsstukken die tegen het belang van de Overheid zijn, kunnen door diezelfde Overheid gemakkelijk worden ontkend, ten onrechte via uitzonderingsgronden worden geweigerd, of desnoods worden verduisterd. Ervaring leert ook, dat wanneer documenten op basis van uitzonderingsgronden mogelijk ten onrechte geweigerd werden, men in de beroepsprocedure maar beter niet te veel op de onafhankelijkheid, en op de kwaliteit van een rechter kan rekenen.

Vanuit bestuurderskant verwoordde oud bestuurder Biesheuvel (Biesheuvel, M.B.W., Openbaarheid, in: Nederlands Juristen Blad, 17 december 1992, afl. 45/46, p. 1534) het als volgt;

"Als je van die wet (de WOB, SB) gebruik maakt, gebeurt er altijd wel wat. De eerste reactie is er vaak één van stomme verbijstering. De wetgever mag dan het beginsel hebben vastgelegd, dat openheid en openbaarheid van overheidsinformatie altijd voorop dient te staan, in kringen van het openbaar bestuur is men echter met deze notie nog niet altijd even vertrouwd geraakt. Wanneer de eerste verbijstering heeft plaatsgemaakt voor het inzicht dat een WOB-verzoek ook in het voorliggende geval beantwoord moet worden, overheerst bijna altijd -zo is althans mijn ervaring- de neiging zoveel mogelijke informatie achter te houden".

De Wet openbaarheid van bestuur (WOB) beschrijft de regelgeving, de definities en de wijze hoe men middels de WOB, met het openbaar maken van documenten om dient te gaan. De wetgever heeft daarin ook bepaald, dat het bestuursorgaan niet in alle gevallen informatie openbaar hoeft te maken. De uitzonderingsgronden en beperkingen zijn vermeld bij de artikelen 10 en 11 van de WOB. Het is makkelijk voorstelbaar, dat bestuurders zich in sommige gevallen, om informatie bedekt te houden, ten onrechte (willen) beroepen op deze artikelen.

Ten onrechte beroept het bestuursorgaan, Belastingdienst/Ondernemingen Goes en Ministerie van Financiën, in het conflict Trading Advice/Broersma versus de Overheid, zich, met haar weigering om een aantal documenten openbaar te maken, op vermeende hogere belangen. Zij beroept zich op "artikel 11, eerste lid van de WOB". De door haar aangevoerde rechtvaardigingsgronden, "persoonlijke beleidsopvattingen, en documenten die zijn opgesteld voor intern beraad", zouden volgens het bestuursorgaan mogen verhinderen, dat een aantal documenten integraal (dat wil zeggen compleet) openbaar kunnen of moeten worden. Deze stelling is volgens het WOB-reglement niet juist.

-----------------

Per brief van 4 mei 2001 stuurde ik de staatssecretaris van Financiën de volgende reactie. De Belastingdienst/Ondernemingen Goes kreeg een reactie van gelijke strekking.

……….. "In uw brief van 11-4-2001 deelt u mede, dat er niet volledig aan mijn WOB-verzoek van

4-1-2001 gehoor zal worden gegeven. Met verwijzing naar artikel 11 van de WOB meent u, dat een aantal door u opgesomde documenten niet openbaar gemaakt behoeven te worden. U motiveert dat als volgt:

"In het belang van de vertrouwelijkheid van interne menings- en gedachtenvorming kan deze notitie niet openbaar worden gemaakt. Deze beperking is neergelegd in artikel 11 van de WOB".

Het WOB-reglement kent evenwel niet de door u gebruikte omschrijving. Artikel 11 van de WOB, eerste lid, luidt namelijk als volgt;

"In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen".

Hier staat dus duidelijk, dat alleen over persoonlijke beleidsopvattingen uit een document geen informatie behoeft te worden verstrekt, hetgeen overigens onverlet laat, dat het bestuursorgaan deze informatie wel kan verstrekken; hetgeen haar in mijn geval zou sieren, nu dat immers kan leiden tot een oplossing van, dan wel het nader tot elkaar komen van partijen in het langslepende conflict tussen de Overheid en mijn persoon. Kortom: baat het niet, dan schaadt het niet. Maar zelfs indien u besluit de gevraagde documenten niet integraal te verstrekken, dient u zich wel aan de wet te houden, en binnen de wettelijke kaders uw besluit te motiveren, hetgeen impliceert, dat weigering van het gehele document om louter deze reden derhalve niet is toegestaan, nu immers sprake is van een "tenzij-bepaling". Met name is daarom openbaarmaking geboden van de vraagstelling (opdracht), de (opsomming van) feiten en de (feitelijk en juridische) beschouwing. Slechts de conclusie kan namelijk naar mijn mening worden gerangschikt onder 'persoonlijke beleidsopvatting'. Slechts op deze wijze is een adequate controle op de werkwijze, en het handelen van het bestuursorgaan mogelijk, en kan ook een toetsing plaatsvinden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en daarmee de (on)behoorlijkheid van uw gedraging. Ik ben derhalve van mening, dat u artikel 11 van de WOB niet juist toepast, en deel u daartoe -kennelijk niet geheel ten overvloede- nog het volgende mede.

Alles is openbaar, tenzij …

In beginsel behoren alle documenten openbaar te zijn, tenzij door het bestuursorgaan een gemotiveerd beroep kan worden gedaan op één of meer uitzonderingsbepalingen in de WOB. Dit uitgangspunt betekent ook, dat per document (of andere gegevensdrager) zal moeten worden bezien, welke onderdelen van dat document openbaar zijn, en welke niet. Dit kan er in bepaalde gevallen toe leiden, dat aan een verzoeker een kopie van het gevraagde document moet worden verstrekt, waaruit, onder vermelding van de van toepassing zijnde afwijzingsgrond, gedeelten zijn weggelaten. Het schonen van documenten is (in zoverre) niet in strijd met de WOB. Deze werkwijze doet immers het meest recht aan het karakter van de WOB. Openheid, ook over dat wat niet openbaar is.

Ingevolge artikel 1 onder f, van de WOB wordt onder een "persoonlijke beleidsopvatting" verstaan een opvatting, voorstel, aanbeveling of conclusie van een of meer personen over een bestuurlijke aangelegenheid en de daartoe door hen aangevoerde argumenten. In de Memorie van Toelichting (TK 1986-1987, 19859, nr. 3, blz. 14) bij de WOB, zoals deze thans luidt, is vermeld: Wij menen dat hierdoor het belang om in de vertrouwelijke sfeer te kunnen "brainstormen", zonder vrees voor gezichtsverlies als bedoeld in aanbeveling 14 wordt beschermd." Ingevolge artikel 1 onder c, van de WOB, wordt onder "intern beraad" verstaan: het beraad over een bestuurlijke aangelegenheid binnen een bestuursorgaan, dan wel binnen een kring van bestuursorganen in het kader van de gezamenlijke verantwoordelijkheid door een bestuurlijke aangelegenheid. In de Memorie van Toelichting (TK 1986-1987, 19859, nr.3, blz. 13) bij de WOB zoals deze ten tijde van het bestreden besluit gold, is gesteld: "Het interne karakter van een stuk wordt bepaald door het oogmerk waarmee het stuk is opgesteld. Van intern beraad kan ook sprake zijn wanneer externe personen of organen bij het verzamelen van gegevens, het ontwikkelen van beleidsalternatieven en/of afronding van het beraad binnen het overheidsorgaan worden betrokken. Een dergelijke betrokkenheid doet het interne karakter van het beraad evenwel vervallen, wanneer daaraan het karakter van advisering of gestructureerd overleg, in plaats van beraad, moet worden toegekend.

Een haarscherpe, aan objectieve maatstaven af te meten afbakening voor alle gevallen is derhalve naar de mening van de wetgever niet mogelijk. (...) Zij die (de documenten) hebben opgesteld of de inhoud ervan voor hun verantwoording hebben genomen moeten de bedoeling hebben gehad, dat ze zouden dienen voor zichzelf of voor het gebruik door anderen binnen de overheid. Bovendien is sprake van een "tenzij-bepaling", hetgeen ondermeer betekent (zie ook de tirade in de eerste alinea van deze brief) betekent dat puur feitelijke informatie (onder andere het schetsen van de feiten en omstandigheden van mijn geval) alsmede informatie over fiscaal-technische aangelegenheden (b.v. een fiscaal-technische duiding van de ondernemersactiviteiten, of een beoordeling van een ondernemerschap, en het toepassen van zowel de belastingwet als het landelijk beleid op het voorliggende geval) behoren tot die zaken, die in ieder geval openbaar moeten worden gemaakt, hetgeen u in casu (nog) niet van plan was te doen. Bovendien kunnen restanten van een antwoord, zoals b.v. van de heer Tromp, met name gezien de reeds geschetste feitelijkheden, naar mijn mening worden bestempeld als advisering of gestructureerd overleg, welke directe betrokkenheid het interne karakter van het beraad doet vervallen.

Conclusie

Opsomming van de feiten in een rapportage van raad en bericht is altijd openbaar, moet altijd openbaar zijn. U hebt een beroep gedaan op een relatieve uitzonderingsgrond, namelijk artikel 11 van de WOB. Artikel 11, eerste lid, van de WOB bevat een beroep op een relatieve uitzonderingsgrond, inhoudende dat informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, niet openbaar wordt gemaakt voor zover daarin informatie is opgenomen over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Het niet openbaar behoeven te maken, heeft slechts betrekking op deze persoonlijke beleidsopvattingen. Weigering van het openbaar maken van het gehele document op basis van "persoonlijke beleidsopvattingen", is in strijd met het WOB- reglement. Het is u alleen toegestaan om de "persoonlijke beleidsopvattingen" te schonen.

Een opsomming van feiten, zoals b.v. in een antwoord op een verzoek om raad en bericht, is echter nimmer te kwalificeren als een "persoonlijke beleidsopvatting". Hetzelfde geldt voor de beschrijving van de concrete toepassing van de belastingwet alsmede het landelijk beleid in een geval. Ook hier kan nimmer sprake zijn van een "persoonlijke beleidsopvatting".

Ook voor zover een antwoord, zoals b.v. van de heer Tromp aan het Ministerie, aangemerkt kan worden als een materieel advies gestructureerd overleg, kan naar mijn mening geen beroep worden gedaan op de genoemde uitzonderingsbepaling.

--------------------

In de eerste van de drie WOB-procedures die ik met de staatssecretaris voer, heeft de Raad van State op woensdag 20 februari 2002 uitspraak gedaan. De Raad van State oordeelde dat mijn argumentatie en toepassing van artikel 11, eerste lid, van de WOB juist is. Hoewel documenten zijn opgesteld voor intern beraad, mag het bestuursorgaan niet overgaan tot het niet openbaar maken van complete documenten, omdat er persoonlijke beleidsopvattingen in die documenten zijn opgenomen. De Raad van State heeft, tot mijn niet geringe verbazing en teleurstelling ook beslist, dat de staatssecretaris en de rechtbank Middelburg juist hebben gehandeld door de feitelijke gegevens die volgens haar wel in dat opgevraagde document vermeld zijn, niet openbaar te maken. De Raad deelde het volgende mede;

"2.2 Gelet op met name de brief van 22 oktober 1996 tot bericht en raad, waarvan de Afdeling met toepassing van artikel 8:29 vijfde lid, van de Awb heeft kunnen kennisnemen, deelt de Afdeling het oordeel van de rechtbank dat bedoelt stuk persoonlijke beleidsopvattingen bevat in de zin van artikel 11, eerste lid, van de WOB.

Daarnaast vermeldt evenbedoelde brief feiten, doch deze zijn in de vermelding zozeer met de beleidsopvattingen verweven dat de staatssecretaris openbaarmaking ervan met beroep op artikel 11, eerste lid, van de WOB heeft mogen weigeren. Het beroep van appellant op die bepaling slaagt derhalve niet.

2.3 Voorts is de Afdeling van oordeel dat, gelet op de aard en de inhoud van de brief van 22 oktober 1996, niet kan worden geoordeeld dat de staatssecretaris in dit geval niet redelijk heeft kunnen besluiten van artikel 11, tweede lid, van de Wob neergelegde bevoegdheid geen gebruik te maken. In dit verband wijst de Afdeling erop dat het recht op openbaarmaking ingevolge de Wob uitsluitend het publieke belang van een goede en democratische bestuursvoering dient, welk belang de Wob veronderstelt. Het recht op openbaarmaking komt iedere burger in gelijke mate toe zonder onderscheid naar gelang de persoon of de oogmerken van de verzoeker. Bij de te verrichten belangenafweging worden dan ook betrokken het algemene of publiekelijk belang bij openbaarmaking van de gevraagde informatie en de door de (relatieve) weigeringsgronden te beschermen belangen, maar niet – zoals appellant kennelijk meent – het specifieke belang van de verzoeker.

2.4 Het hoger beroep is derhalve ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd".

De nieuwe reden om feitelijke gegevens niet openbaar te hoeven maken, de mengvorm.
Voor de tweede WOB-procedure, die op 26 februari 2002 voor de Rechtbank in Middelburg gevoerd is, en waarvan nog geen uitslag bekend is, en voor de derde WOB-procedure die eveneens voor de rechtbank Middelburg op 4 april 2002 gevoerd zak worden. De staatssecretaris voert, toevallig of niet, een reeds bij de Raad van State beproeft nieuw argument aan. De mengvorm. De mengvorm betekent, dat de persoonlijke beleidsopvattingen zo met de feitelijke gegevens zijn vermengd, dat de feitelijke gegevens niet van de persoonlijke beleidsopvatting geschoond kunnen worden zonder de persoonlijke beleidsopvatting openbaar te maken. Tegen deze handelwijze heb ik op de volgende wijze bij de rechtbank in Middelburg geprotesteerd.

Is de mengvorm een redelijk argument om te mogen weigeren?
Het lijkt erg onwaarschijnlijk, maar nu is toch zowel door de Raad van State als ook door het bestuursorgaan zelf medegedeeld, dat het bestuursorgaan haar documenten soms, met de mogelijkheid van opzet in zich, niet conform de voorschriften opstelt, waardoor het, als gevolg van deze niet juiste opstelling, zelfs volgens de onpartijdige rechtbank niet mogelijk blijkt, om persoonlijke beleidsopvattingen van feitelijke gegevens te scheiden. Een tweede gevolg is, dat het bestuursorgaan kennelijk ook nog voor haar wanprestatie beloond wordt, doordat zelfs die feitelijke gegevens uit documenten, die volgens de WOB openbaar gemaakt moeten worden, en die nodig zijn voor het controleproces, aan deze controle onttrokken worden en blijven. Want voor de belastingplichtige kan het na de vaststelling door de Raad van State, dat de persoonlijke beleidsopvattingen niet van de feitelijke gegevens kunnen worden gescheiden, moeilijk dan wel onmogelijk geworden zijn, om het door het bestuursorgaan jegens hem gevoerde beleid te controleren. Dit lijkt regelrecht in te druisen tegen democratische gedachten en tegen de bedoeling van de WOB. Het WOB reglement voorziet niet in een oplossing voor dit probleem, omdat de constructeurs er bij het maken van de Wet openbaarheid van bestuur kennelijk niet van zijn uitgegaan, dat het bestuursorgaan hun documenten anders dan conform de voorschriften zouden gaan opstellen. Dat lijkt mij logisch, omdat mij geen legitieme reden aanwezig lijkt, om van die voorschriften af te wijken.

Voor wie zijn de gevolgen?
Dat de overheid de beleidsopvattingen derhalve kennelijk bewust niet van de feiten scheidt, overigens in weerwil van interne voorschriften, dient volledig voor haar rekening te komen en niet voor de burger die om openbaarmaking van het document in het algemeen belang verzoekt. Het mag niet zo zijn, dat het bestuursorgaan voor haar ‘chaotische manier van werken’ aldus ook nog beloond wordt. De enig juiste sanctie voor haar handelen dient te zijn, dat uw Rechtbank in haar uitspraak oordeelt, dat in dergelijke gevallen het gehele document openbaar moet worden gemaakt. Op die manier wordt de Overheid geconfronteerd met de gevolgen van haar onjuiste handel- en werkwijze, en kan de rechter corrigerend optreden. Vergelijk ook de jurisprudentie over de gevolgen van onrechtmatig handelen door een bestuursorgaan in het kader van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de algemene beginselen van behoorlijk procesrecht. Ook dan wordt de Overheid door de rechter terecht ‘ afgestraft’ voor haar onbehoorlijk handelen. In zoverre komt de rechter bij dergelijke misstappen een opvoedkundige taak toe. De wettelijke kapstok voor deze ‘correctie’ vormt artikel 3:4, eerste en –met name- tweede lid, Algemene wet bestuursrecht in verbinding met artikel 3:2 en 3:3 van voornoemde wet.
Indien uw Rechtbank deze zogenaamde mengvorm niet kan negeren, en indien zij niet kan overgaan tot het verstrekken van het gehele document, dan verzoek ik uw Rechtbank, om in het kader van een democratische bestuursvoering, mij een andere mogelijkheid te bezorgen om de feitelijke gegevens op juistheid te kunnen controleren.

De rechtbank is reeds belast met de vraag of documenten zijn opgesteld voor intern beraad,
de rechtbank moet beoordelen of er in het document sprake is van persoonlijke beleidsopvattingen en zij dient nu ook nog te moeten beoordelen of de persoonlijke beleidsopvattingen gescheiden kunnen worden van de feitelijke gegevens.

Het lijkt toch zeer onwaarschijnlijk en zelfs ongeloofwaardig, dat deze mengvorm, zoals het bestuursorgaan dit verschijnsel is gaan noemen, zich voordoet bij alle geweigerde documenten, zoals de staatssecretaris voor de tweede en derde WOB-procedure lijkt aan te geven.


--------------------

Media

"Eerbied voor de waarheid, en voor het recht van het publiek op waarheid, is de eerste plicht van de journalist".

Het behoort tot de macht van de media om te bepalen, wat onder bredere aandacht gebracht wordt, en hoe het wordt gebracht. Van de media wordt vaak beweerd, dat zij als bewakers van de democratie (dienen te) fungeren. Journalist Willem Oltmans formuleerde het zelfs nog scherper;

"Journalisten behoren te functioneren als aasgieren en hyena’s in een jungle, door de Schepper erop uitgezonden om rottende kadavers op te ruimen."

In zo’n beeldspraak fungeren, in het conflict Trading Advice/Broersma versus de Overheid, de door mij, onder meer via deze website, van het plegen van fraude en integriteitschendingen, beschuldigde bestuurders als rottende Haagse en Goese kadavers, die, in lijn met democratische gedachten, minimaal door journalisten besnuffeld dienen te worden.

Maar de hoge verwachting van de rol van de media wordt ook wel eens overdreven. De media zijn vaak ook geen publieke controleur van de macht. Soms tonen zij in het geheel geen interesse, zijn zij pragmatisch en gezagsgetrouw, en gunnen zij kennelijk het gezag het voordeel van de twijfel. Of zijn zij om andere redenen terughoudend, willen bijvoorbeeld eerst de incubatietijd van een conflict afwachten. Ik maakte het mee in mijn conflict. Daarom heb ik er, na eerdere teleurstellende ervaringen met de pers, voor gekozen, mede in het kader van zorgvuldigheid, om het conflict Trading Advice/Broersma versus de Overheid allereerst via deze website onder bredere aandacht te brengen.

Daarna hoop ik op aandacht en steun van de serieuze pers, die niet in de greep van "Den Haag" is, om deze bestuurlijke beerpunt volledig open te leggen. De pers kan als geen ander een, voor dit proces noodzakelijke, publieke verontwaardiging oproepen, en een zeer groot, belanghebbend, publiek bereiken. Ik acht het in het landsbelang, in mijn persoonlijk belang, en in het belang van de journalistiek, dat dit overheidsbedrog door bewindslieden en (top)ambtenaren, inclusief het toekijkende Openbaar Ministerie, aan de kaak gesteld wordt.

Het lijkt mij, dat een goede journalist nooit mag accepteren, dat de waarheid ondergeschikt gemaakt wordt aan de leugen. Zoals in iedere oorlog is, ook in het conflict Trading Advice/Broersma versus de Overheid, van Overheidswege, in bestuurlijke zin, de waarheid nadrukkelijk het eerste slachtoffer geworden

Ik ben zeer benieuwd of, en welke media zich, in deze fraudezaak, door de Overheid bij de neus zal laten nemen.

Welke krant wordt hier gelezen?

 

Oprichtingsdatum: 12.11.01
Laatst bijgewerkt: 04.02.03