14. Wet
openbaarheid van bestuur (WOB) en de media
(februari
2002)
Twee thema’s die alles met
openbaar maken te doen hebben.
Er ligt een zwarte doos in
de beerput
"Het
vereist veel moeite en inlevingsvermogen, om een schematische
voorstelling te maken over bestuurlijke werkelijkheid. Een handicap
daarbij is, dat de burger vaak op een bestuurlijke zwarte doos stuit, de
Overheidsmachinerie. Het openen van deze doos kan, zo dit al lukt, zeer
gevoelig liggen. Omdat de verklaringen, die deze zwarte doos openen,
minimaal irritatie opwekken, en meestal een weinig verheffend beeld
laten zien van ambtenaren". Deze regels komen bijna
letterlijk uit het voorwoord van het boekje "Ambtelijke
vertellingen", waarvan de vroegere voorzitter van het
college van procureurs-generaal, de heer Arthur Docters van Leeuwen,
medeauteur is.
Reeds geruime tijd voor het
openen van de zwarte doos in het conflict Trading Advice, is er reeds
voor de foute Overheidsdienaren geen enkele weg terug meer, om hun
fouten te bekennen, zonder het lijden van een significant
gezichtsverlies.
Omdat
het, zelfs maar een beetje, toegeven van hun fouten zou betekenen, dat
zij vrijwillig bekennen schuldig te zijn, aan door hen verzuimde
beroepsernst, en de door hen gepleegde fraude. Het behoeft allerminst
bevreemding te wekken, dat deze ambtenaren er dan maar ten eigen
voordeel voor gekozen hebben, om mij als belastingplichtige burger,
middels het toepassen van machtsmisbruik, en het plegen van list en
bedrog, te offeren.
Over de rug van hun
slachtoffer proberen zij hun, geheel onnodig gemaakte, fouten en
overtredingen (zij waren er door geen enkele feitelijke reden toe
gedwongen) argeloos in de zwarte doos te stoppen, ten einde over hun
gedragingen geen verantwoording af te hoeven leggen, en om te
verhinderen als misdadigers ontmaskerd te worden. Een morele duiding van
de betwiste gedragingen zou zo in ieder geval ook niet meer aan de orde
komen. Een saillant detail is, dat de ambtenaren ondanks dat zij zich
sterk van hun gelijk overtuigd presenteren, zich het recht genomen
hebben belangrijke fundamentele gegevens achter te houden, dus niet
openbaar te maken. Wanneer het staatsbelang niet in het gedrang is, dan
is het "om persoonlijke redenen"
niet openbaar maken, altijd, en bij voorbaat al verdacht. Daar komt bij,
dat een zwarte doos gewoonlijk al snel in conflict is met een juiste
uitoefening van openbaar bestuur. Dat zij het reglement van de WOB (Wet
Openbaarheid van Bestuur) veelvuldig genegeerd hebben, is één van de
vele, en een volgende aanwijzing, dat de betroffen ambtenaren niet meer
dan gewone boeven zijn, maar wel met een Overheidsjas aan.
De Wet Openbaarheid van
Bestuur (WOB) is mede bedoeld, om de burger bescherming te bieden tegen
wandaden van de Overheid. Dat houdt gelijktijdig in, dat de Overheid
zich uit eigenbelang, in geval van door haar gepleegde wandaden,
maximaal zal verzetten tegen het openbaar maken van bij haar opgeslagen,
en opgevraagde cruciale documenten of gegevens. Dit is zeker ook mijn
ervaring. Daarbij heeft de aanvrager van documenten de pech, dat het de
Overheid zelf is, die nagenoeg oncontroleerbaar, beslist, wat de
aanvrager onder ogen krijgt. Bewijsstukken die tegen het belang van de
Overheid zijn, kunnen door diezelfde Overheid gemakkelijk worden
ontkend, ten onrechte via uitzonderingsgronden worden geweigerd, of
desnoods worden verduisterd. Ervaring leert ook, dat wanneer documenten
op basis van uitzonderingsgronden mogelijk ten onrechte geweigerd
werden, men in de beroepsprocedure maar beter niet te veel op de
onafhankelijkheid, en op de kwaliteit van een rechter kan rekenen.
Vanuit bestuurderskant
verwoordde oud bestuurder Biesheuvel (Biesheuvel, M.B.W., Openbaarheid,
in: Nederlands Juristen Blad, 17 december 1992, afl. 45/46, p. 1534) het
als volgt;
"Als
je van die wet (de WOB, SB) gebruik maakt,
gebeurt er altijd wel wat. De eerste reactie is er vaak één van stomme
verbijstering. De wetgever mag dan het beginsel hebben vastgelegd, dat
openheid en openbaarheid van overheidsinformatie altijd voorop dient te
staan, in kringen van het openbaar bestuur is men echter met deze notie
nog niet altijd even vertrouwd geraakt. Wanneer de eerste verbijstering
heeft plaatsgemaakt voor het inzicht dat een WOB-verzoek ook in het
voorliggende geval beantwoord moet worden, overheerst bijna altijd -zo
is althans mijn ervaring- de neiging zoveel mogelijke informatie achter
te houden".
De Wet openbaarheid van
bestuur (WOB) beschrijft de regelgeving, de definities en de wijze hoe
men middels de WOB, met het openbaar maken van documenten om dient te
gaan. De wetgever heeft daarin ook bepaald, dat het bestuursorgaan niet
in alle gevallen informatie openbaar hoeft te maken. De
uitzonderingsgronden en beperkingen zijn vermeld bij de artikelen 10 en
11 van de WOB. Het is makkelijk voorstelbaar, dat bestuurders zich in
sommige gevallen, om informatie bedekt te houden, ten onrechte (willen)
beroepen op deze artikelen.
Ten onrechte beroept het
bestuursorgaan, Belastingdienst/Ondernemingen Goes en Ministerie van
Financiën, in het conflict Trading Advice/Broersma versus de Overheid,
zich, met haar weigering om een aantal documenten openbaar te maken, op
vermeende hogere belangen. Zij beroept zich op "artikel
11, eerste lid van de WOB". De door haar aangevoerde
rechtvaardigingsgronden, "persoonlijke
beleidsopvattingen, en documenten die zijn opgesteld voor intern beraad",
zouden volgens het bestuursorgaan mogen verhinderen, dat een aantal
documenten integraal (dat wil zeggen compleet) openbaar kunnen of moeten
worden. Deze stelling is volgens het WOB-reglement niet juist.
-----------------
Per brief van 4 mei 2001
stuurde ik de staatssecretaris van Financiën de volgende reactie. De
Belastingdienst/Ondernemingen Goes kreeg een reactie van gelijke
strekking.
……….. "In uw
brief van 11-4-2001 deelt u mede, dat er niet volledig aan mijn
WOB-verzoek van
4-1-2001 gehoor zal worden
gegeven. Met verwijzing naar artikel 11 van de WOB meent u, dat een
aantal door u opgesomde documenten niet openbaar gemaakt behoeven te
worden. U motiveert dat als volgt:
"In
het belang van de vertrouwelijkheid van interne menings- en
gedachtenvorming kan deze notitie niet openbaar worden gemaakt. Deze
beperking is neergelegd in artikel 11 van de WOB".
Het WOB-reglement kent
evenwel niet de door u gebruikte omschrijving. Artikel 11 van de WOB,
eerste lid, luidt namelijk als volgt;
"In
geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten
behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin
opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen".
Hier staat dus duidelijk,
dat alleen over persoonlijke beleidsopvattingen uit een document geen
informatie behoeft te worden verstrekt, hetgeen overigens onverlet laat,
dat het bestuursorgaan deze informatie wel kan
verstrekken; hetgeen haar in mijn geval zou sieren, nu dat immers kan
leiden tot een oplossing van, dan wel het nader tot elkaar komen van
partijen in het langslepende conflict tussen de Overheid en mijn
persoon. Kortom: baat het niet, dan schaadt het niet. Maar zelfs indien
u besluit de gevraagde documenten niet integraal te verstrekken, dient u
zich wel aan de wet te houden, en binnen de wettelijke kaders uw besluit
te motiveren, hetgeen impliceert, dat weigering van het gehele document
om louter deze reden derhalve niet is toegestaan, nu immers sprake is
van een "tenzij-bepaling". Met
name is daarom openbaarmaking geboden van de vraagstelling (opdracht),
de (opsomming van) feiten en de (feitelijk en juridische) beschouwing.
Slechts de conclusie kan namelijk naar mijn mening worden gerangschikt onder 'persoonlijke beleidsopvatting'. Slechts op
deze wijze is een adequate controle op de werkwijze, en het handelen van het bestuursorgaan mogelijk, en kan ook een toetsing plaatsvinden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en daarmee de (on)behoorlijkheid van uw gedraging. Ik ben derhalve van mening, dat u artikel 11 van de WOB niet juist toepast, en deel u daartoe -kennelijk niet geheel ten overvloede- nog het volgende mede.
Alles is
openbaar, tenzij …
In beginsel behoren alle
documenten openbaar te zijn, tenzij door het bestuursorgaan een
gemotiveerd beroep kan worden gedaan op één of meer
uitzonderingsbepalingen in de WOB. Dit uitgangspunt betekent ook, dat
per document (of andere gegevensdrager) zal moeten worden bezien, welke
onderdelen van dat document openbaar zijn, en welke niet. Dit kan er in
bepaalde gevallen toe leiden, dat aan een verzoeker een kopie van het
gevraagde document moet worden verstrekt, waaruit, onder vermelding van
de van toepassing zijnde afwijzingsgrond, gedeelten zijn weggelaten. Het
schonen van documenten is (in zoverre) niet in strijd met de WOB. Deze
werkwijze doet immers het meest recht aan het karakter van de WOB.
Openheid, ook over dat wat niet openbaar is.
Ingevolge artikel 1 onder f,
van de WOB wordt onder een "persoonlijke
beleidsopvatting" verstaan een opvatting, voorstel,
aanbeveling of conclusie van een of meer personen over een bestuurlijke aangelegenheid en de daartoe door hen aangevoerde argumenten. In de Memorie van Toelichting
(TK 1986-1987, 19859, nr. 3, blz. 14) bij de WOB, zoals deze thans luidt, is vermeld: Wij menen dat hierdoor het belang om in de vertrouwelijke sfeer te kunnen "brainstormen", zonder vrees voor gezichtsverlies als bedoeld in aanbeveling 14 wordt beschermd." Ingevolge artikel 1 onder
c, van de WOB, wordt onder "intern beraad" verstaan: het beraad over een bestuurlijke aangelegenheid binnen een bestuursorgaan, dan wel binnen een kring van bestuursorganen in het kader van de gezamenlijke verantwoordelijkheid door een bestuurlijke aangelegenheid. In de Memorie van Toelichting
(TK 1986-1987, 19859, nr.3, blz. 13) bij de WOB zoals deze ten tijde van het bestreden besluit gold, is gesteld: "Het interne karakter van een stuk wordt bepaald door het oogmerk waarmee het stuk is opgesteld. Van intern beraad kan ook sprake zijn wanneer externe personen of organen bij het verzamelen van gegevens, het ontwikkelen van beleidsalternatieven en/of afronding van het beraad binnen het overheidsorgaan worden betrokken. Een dergelijke betrokkenheid doet het interne karakter van het beraad evenwel vervallen, wanneer daaraan het karakter van advisering of gestructureerd overleg, in plaats van beraad, moet worden toegekend.
Een haarscherpe, aan
objectieve maatstaven af te meten afbakening voor alle gevallen is
derhalve naar de mening van de wetgever niet mogelijk. (...) Zij die (de
documenten) hebben opgesteld of de inhoud ervan voor hun verantwoording
hebben genomen moeten de bedoeling hebben gehad, dat ze zouden dienen
voor zichzelf of voor het gebruik door anderen binnen de overheid.
Bovendien is sprake van een "tenzij-bepaling",
hetgeen ondermeer betekent (zie ook de tirade in de eerste alinea van
deze brief) betekent dat puur feitelijke informatie (onder andere het
schetsen van de feiten en omstandigheden van mijn geval) alsmede
informatie over fiscaal-technische aangelegenheden (b.v. een
fiscaal-technische duiding van de ondernemersactiviteiten, of een
beoordeling van een ondernemerschap, en het toepassen van zowel de
belastingwet als het landelijk beleid op het voorliggende geval) behoren
tot die zaken, die in ieder geval openbaar moeten worden gemaakt,
hetgeen u in casu (nog) niet van plan was te doen. Bovendien kunnen
restanten van een antwoord, zoals b.v. van de heer Tromp, met name
gezien de reeds geschetste feitelijkheden, naar mijn mening worden
bestempeld als advisering of gestructureerd overleg, welke directe
betrokkenheid het interne karakter van het beraad doet vervallen.
Conclusie
Opsomming van de feiten in
een rapportage van raad en bericht is altijd openbaar, moet altijd
openbaar zijn. U hebt een beroep gedaan op een relatieve
uitzonderingsgrond, namelijk artikel 11 van de WOB. Artikel 11, eerste
lid, van de WOB bevat een beroep op een relatieve uitzonderingsgrond,
inhoudende dat informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van
intern beraad, niet openbaar wordt gemaakt voor zover daarin informatie
is opgenomen over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Het
niet openbaar behoeven te maken, heeft slechts betrekking op deze
persoonlijke beleidsopvattingen. Weigering van het openbaar maken van
het gehele document op basis van "persoonlijke
beleidsopvattingen", is in strijd met het WOB- reglement.
Het is u alleen toegestaan om de "persoonlijke
beleidsopvattingen" te schonen.
Een opsomming van feiten,
zoals b.v. in een antwoord op een verzoek om raad en bericht, is echter
nimmer te kwalificeren als een "persoonlijke
beleidsopvatting". Hetzelfde geldt voor de beschrijving van
de concrete toepassing van de belastingwet alsmede het landelijk beleid
in een geval. Ook hier kan nimmer sprake zijn van een "persoonlijke
beleidsopvatting".
Ook voor zover een antwoord,
zoals b.v. van de heer Tromp aan het Ministerie, aangemerkt kan worden
als een materieel advies gestructureerd overleg, kan naar mijn mening
geen beroep worden gedaan op de genoemde uitzonderingsbepaling.
--------------------
In de eerste van de drie
WOB-procedures die ik met de staatssecretaris voer, heeft de Raad van
State op woensdag 20 februari 2002 uitspraak gedaan. De Raad van State
oordeelde dat mijn argumentatie en toepassing van artikel 11, eerste
lid, van de WOB juist is. Hoewel documenten zijn opgesteld voor intern
beraad, mag het bestuursorgaan niet overgaan tot het niet openbaar maken
van complete documenten, omdat er persoonlijke beleidsopvattingen in die
documenten zijn opgenomen. De Raad van State heeft, tot mijn niet
geringe verbazing en teleurstelling ook beslist, dat de staatssecretaris
en de rechtbank Middelburg juist hebben gehandeld door de feitelijke
gegevens die volgens haar wel in dat opgevraagde document vermeld zijn,
niet openbaar te maken. De Raad deelde het volgende mede;
"2.2
Gelet op met name de brief van 22 oktober 1996 tot bericht en raad,
waarvan de Afdeling met toepassing van artikel 8:29 vijfde lid, van de
Awb heeft kunnen kennisnemen, deelt de Afdeling het oordeel van de
rechtbank dat bedoelt stuk persoonlijke beleidsopvattingen bevat in de
zin van artikel 11, eerste lid, van de WOB.
Daarnaast
vermeldt evenbedoelde brief feiten, doch deze zijn in de vermelding
zozeer met de beleidsopvattingen verweven dat de staatssecretaris
openbaarmaking ervan met beroep op artikel 11, eerste lid, van de WOB
heeft mogen weigeren. Het beroep van appellant op die bepaling slaagt
derhalve niet.
2.3
Voorts is de Afdeling van oordeel dat, gelet op de aard en de inhoud van
de brief van 22 oktober 1996, niet kan worden geoordeeld dat de
staatssecretaris in dit geval niet redelijk heeft kunnen besluiten van
artikel 11, tweede lid, van de Wob neergelegde bevoegdheid geen gebruik
te maken. In dit verband wijst de Afdeling erop dat het recht op
openbaarmaking ingevolge de Wob uitsluitend het publieke belang van een
goede en democratische bestuursvoering dient, welk belang de Wob
veronderstelt. Het recht op openbaarmaking komt iedere burger in gelijke
mate toe zonder onderscheid naar gelang de persoon of de oogmerken van
de verzoeker. Bij de te verrichten belangenafweging worden dan ook
betrokken het algemene of publiekelijk belang bij openbaarmaking van de
gevraagde informatie en de door de (relatieve) weigeringsgronden te
beschermen belangen, maar niet – zoals appellant kennelijk meent –
het specifieke belang van de verzoeker.
2.4
Het hoger beroep is derhalve ongegrond. De aangevallen uitspraak dient
te worden bevestigd".
De
nieuwe reden om feitelijke gegevens niet openbaar te hoeven maken, de
mengvorm.
Voor de tweede WOB-procedure, die op 26 februari 2002 voor de Rechtbank
in Middelburg gevoerd is, en waarvan nog geen uitslag bekend is, en voor
de derde WOB-procedure die eveneens voor de rechtbank Middelburg op 4
april 2002 gevoerd zak worden. De staatssecretaris voert, toevallig of
niet, een reeds bij de Raad van State beproeft nieuw argument aan. De
mengvorm. De mengvorm betekent, dat de persoonlijke beleidsopvattingen
zo met de feitelijke gegevens zijn vermengd, dat de feitelijke gegevens
niet van de persoonlijke beleidsopvatting geschoond kunnen worden zonder
de persoonlijke beleidsopvatting openbaar te maken. Tegen deze
handelwijze heb ik op de volgende wijze bij de rechtbank in Middelburg
geprotesteerd.
Is
de mengvorm een redelijk argument om te mogen weigeren?
Het lijkt erg onwaarschijnlijk, maar nu is toch zowel door de Raad van
State als ook door het bestuursorgaan zelf medegedeeld, dat het
bestuursorgaan haar documenten soms, met de mogelijkheid van opzet in
zich, niet conform de voorschriften opstelt, waardoor het, als gevolg
van deze niet juiste opstelling, zelfs volgens de onpartijdige rechtbank
niet mogelijk blijkt, om persoonlijke beleidsopvattingen van feitelijke
gegevens te scheiden. Een tweede gevolg is, dat het bestuursorgaan
kennelijk ook nog voor haar wanprestatie beloond wordt, doordat zelfs
die feitelijke gegevens uit documenten, die volgens de WOB openbaar
gemaakt moeten worden, en die nodig zijn voor het controleproces, aan
deze controle onttrokken worden en blijven. Want voor de
belastingplichtige kan het na de vaststelling door de Raad van State,
dat de persoonlijke beleidsopvattingen niet van de feitelijke gegevens
kunnen worden gescheiden, moeilijk dan wel onmogelijk geworden zijn, om
het door het bestuursorgaan jegens hem gevoerde beleid te controleren.
Dit lijkt regelrecht in te druisen tegen democratische gedachten en
tegen de bedoeling van de WOB. Het WOB reglement voorziet niet in een
oplossing voor dit probleem, omdat de constructeurs er bij het maken van
de Wet openbaarheid van bestuur kennelijk niet van zijn uitgegaan, dat
het bestuursorgaan hun documenten anders dan conform de voorschriften
zouden gaan opstellen. Dat lijkt mij logisch, omdat mij geen legitieme
reden aanwezig lijkt, om van die voorschriften af te wijken.
Voor
wie zijn de gevolgen?
Dat de overheid de beleidsopvattingen derhalve kennelijk bewust niet van
de feiten scheidt, overigens in weerwil van interne voorschriften, dient
volledig voor haar rekening te komen en niet voor de burger die om
openbaarmaking van het document in het algemeen belang verzoekt. Het mag
niet zo zijn, dat het bestuursorgaan voor haar ‘chaotische manier van
werken’ aldus ook nog beloond wordt. De enig juiste sanctie voor haar
handelen dient te zijn, dat uw Rechtbank in haar uitspraak oordeelt, dat
in dergelijke gevallen het gehele document openbaar moet worden gemaakt.
Op die manier wordt de Overheid geconfronteerd met de gevolgen van haar
onjuiste handel- en werkwijze, en kan de rechter corrigerend optreden.
Vergelijk ook de jurisprudentie over de gevolgen van onrechtmatig
handelen door een bestuursorgaan in het kader van de algemene beginselen
van behoorlijk bestuur en de algemene beginselen van behoorlijk
procesrecht. Ook dan wordt de Overheid door de rechter terecht ‘
afgestraft’ voor haar onbehoorlijk handelen. In zoverre komt de
rechter bij dergelijke misstappen een opvoedkundige taak toe. De
wettelijke kapstok voor deze ‘correctie’ vormt artikel 3:4, eerste
en –met name- tweede lid, Algemene wet bestuursrecht in verbinding met
artikel 3:2 en 3:3 van voornoemde wet.
Indien uw Rechtbank deze zogenaamde mengvorm niet kan negeren, en indien
zij niet kan overgaan tot het verstrekken van het gehele document, dan
verzoek ik uw Rechtbank, om in het kader van een democratische
bestuursvoering, mij een andere mogelijkheid te bezorgen om de
feitelijke gegevens op juistheid te kunnen controleren.
De rechtbank is reeds belast
met de vraag of documenten zijn opgesteld voor intern beraad,
de rechtbank moet beoordelen of er in het document sprake is van
persoonlijke beleidsopvattingen en zij dient nu ook nog te moeten
beoordelen of de persoonlijke beleidsopvattingen gescheiden kunnen
worden van de feitelijke gegevens.
Het lijkt toch zeer
onwaarschijnlijk en zelfs ongeloofwaardig, dat deze mengvorm, zoals het
bestuursorgaan dit verschijnsel is gaan noemen, zich voordoet bij alle
geweigerde documenten, zoals de staatssecretaris voor de tweede en derde
WOB-procedure lijkt aan te geven.
--------------------
Media
"Eerbied
voor de waarheid, en voor het recht van het publiek op waarheid, is de
eerste plicht van de journalist".
Het behoort tot de macht van
de media om te bepalen, wat onder bredere aandacht gebracht wordt, en
hoe het wordt gebracht. Van de media wordt vaak beweerd, dat zij als
bewakers van de democratie (dienen te) fungeren. Journalist Willem
Oltmans formuleerde het zelfs nog scherper;
"Journalisten
behoren te functioneren als aasgieren en hyena’s in een jungle, door
de Schepper erop uitgezonden om rottende kadavers op te ruimen."
In zo’n beeldspraak
fungeren, in het conflict Trading Advice/Broersma versus de Overheid, de
door mij, onder meer via deze website, van het plegen van fraude en
integriteitschendingen, beschuldigde bestuurders als rottende Haagse en
Goese kadavers, die, in lijn met democratische gedachten, minimaal door
journalisten besnuffeld dienen te worden.
Maar de hoge verwachting van
de rol van de media wordt ook wel eens overdreven. De media zijn vaak
ook geen publieke controleur van de macht. Soms tonen zij in het geheel
geen interesse, zijn zij pragmatisch en gezagsgetrouw, en gunnen zij
kennelijk het gezag het voordeel van de twijfel. Of zijn zij om andere
redenen terughoudend, willen bijvoorbeeld eerst de incubatietijd van een
conflict afwachten. Ik maakte het mee in mijn conflict. Daarom heb ik
er, na eerdere teleurstellende ervaringen met de pers, voor gekozen,
mede in het kader van zorgvuldigheid, om het conflict Trading Advice/Broersma
versus de Overheid allereerst via deze website onder bredere aandacht te
brengen.
Daarna hoop ik op aandacht
en steun van de serieuze pers, die niet in de greep van "Den
Haag" is, om deze bestuurlijke beerpunt volledig open te leggen. De
pers kan als geen ander een, voor dit proces noodzakelijke, publieke
verontwaardiging oproepen, en een zeer groot, belanghebbend, publiek
bereiken. Ik acht het in het landsbelang, in mijn persoonlijk belang, en
in het belang van de journalistiek, dat dit overheidsbedrog door
bewindslieden en (top)ambtenaren, inclusief het toekijkende Openbaar
Ministerie, aan de kaak gesteld wordt.
Het lijkt mij, dat een goede
journalist nooit mag accepteren, dat de waarheid ondergeschikt gemaakt
wordt aan de leugen. Zoals in iedere oorlog is, ook in het conflict
Trading Advice/Broersma versus de Overheid, van Overheidswege, in
bestuurlijke zin, de waarheid nadrukkelijk het eerste slachtoffer
geworden
Ik ben zeer benieuwd of, en
welke media zich, in deze fraudezaak, door de Overheid bij de neus zal
laten nemen.
