12. De
zelfcontrole van de overheid
(februari
2002)
Helaas hebben we in Nederland,
te vaak, te maken met een vastgeroeste bestuurscultuur, doorspekt met
vriendjespolitiek en belangenverstrengeling. Ook in het conflict Trading
Advice/Broersma versus de Overheid, is er op grote schaal sprake van een
zekere ongewenste "vervlechting" tussen Overheidsinstellingen.
Wanneer het erop aan komt, dan blijkt de "echte" macht van het
Haags bestuur in handen van slechts enkele topambtenaren te liggen. In
mijn geval hebben deze ambtenaren ook nog, hoe vervelend en nadelig voor
mij, een persoonlijk belang in het conflict. Om bestuurlijk te kunnen
overleven, trachten ze zelfs, schaamteloos en gewetenloos, de door hen
gepleegde fraude, onder de goede naam en status van Hare Majesteit, bedekt
te houden.
Omdat het pad van, toepassen
van, de wet verlaten was, moest er wat anders geregeld worden. Het is
funest voor ons rechtssysteem wanneer, onberispelijk integer geachte
leiding gevende (top)ambtenaren, en bewindslieden, zoals de
staatssecretaris en minister van Financiën, liegen of bedriegen. Het
voorliegen en misleiden van Hare Majesteit en de burger door dienaren, die
nota bene ook nog een voorbeeldfunctie te vervullen hebben, is een
regelrechte misdaad. We leven in een staat, die vergaande machtsmiddelen
aanwendt, om burgers aan zich te onderwerpen. Dat zij zich bij de controle
van burgers bedient van illegale handelingen, zoals zij dat deed in haar
conflict met Trading Advice/Broersma, is (zelfs) de Overheid verboden. Al
heeft zij zich door dit gegeven in het geheel niet laten hinderen. Van een
solide openbaar bestuur kan al lang geen sprake meer zijn, nu zij zichzelf
ook nog eens op het gebied van de zelfcontrole danig in de weg is gaan
staan.
Waarom zou de Overheid
overtredingen mogen plegen, die zij haar burgers verbiedt? Had ik, als
burger, moeten verwachten, of had ik er zelfs redelijkerwijze rekening mee
moeten houden, dat ik door meerdere Overheidsinstellingen, dan wel door
meerdere ambtenaren zo bedrogen en zo gemarteld zou gaan, of zelfs zou
kunnen worden. Is het gênant en zorgelijk, dat de Overheid er gedurende
haar misdaad, nu reeds een periode van ruim zes jaar en een half jaar, er
nog steeds niet in is geslaagd, om haar eigen kwaad te stoppen.
Door het instellen van diverse
controle-instellingen geeft de Overheid in ieder geval duidelijk te
kennen, dat zij zich ervan bewust is, dat ook zij niet onfeilbaar is, en
dat haar eigen bestuurlijk proces gecontroleerd moet worden. Allereerst
zijn er de leidinggevende ambtenaren die, zeker na klachten, hun
uitvoerende ambtenaren moeten controleren. Men mag daarbij toch
verwachten, dat b.v. de Directeur-Generaal van de Belastingdienst, als
allerhoogste ambtenaar, klachten kritisch controleert. Op alle niveaus, en
ondanks mijn, telkens weer, juist onderbouwde protesten, hebben
controlerende ambtenaren, in mijn conflict, geen teken van wantrouwen
jegens het door mij beklaagde Overheidshandelen gegeven. Wat begon met een
onjuiste gedachte, een onjuiste aanname van wellicht één lagere
ambtenaar, groeide, door o.a. een gebrek aan realiteitszin, en door het
gebrek aan echte controles, uit tot een grote fraudezaak.
In de verdediging tegen mijn
klachten heeft de Overheid zich nooit laten leiden door beginselen, zoals
de wet en integriteit, maar door opportunisme. Schaamteloos en gewetenloos
verdedigde zij een, door haar zelf gecreëerde, schijnwerkelijkheid. De
vervuiling van het proces van waarheidsvinding, die hierdoor ontstond,
mag, of dit nu ingegeven wordt door onkunde of sabotage, niet ten nadele
van mij, de belastingplichtige, uitvallen. Het
bewijs voor mijn gelijk valt te lezen in documenten die, nota bene, altijd
al in het bezit van de Overheid waren, en die grotendeels door haar zelf
zijn opgesteld. De Overheid loog, liegt en bedriegt op een
onnavolgbare wijze, hetgeen op uiterst simpele wijze herkend had kunnen,
en had moeten worden. Alleen de hoog opgeleide, gespecialiseerde en
verantwoordelijke (top)ambtenaren en controleurs slaagden daar kennelijk
niet in. En nu proberen de betroffen ambtenaren ook nog, nadat ik de door
hen gemaakte ernstige fouten heb aangetoond en bewezen, over mijn rug hun
hachje te redden. De wens om er het liefst niet meer mee te maken willen
te hebben, is nooit een rechtvaardiging voor het plegen van bedrog.
De Overheid is, aantoonbaar,
te kort geschoten in het (uit)voeren van haar beleid, en zij heeft
onvoldoende maatregelen genomen, om de schade van haar handelen te
beperken of te voorkomen. Dit, terwijl het de Overheid bekend was, of
althans kon of moest zijn, dat het conflict Trading Advice versus de
Overheid zeer grote nadelige gevolge voor Trading Advice, en haar eigenaar
Broersma, zou kunnen hebben of had. Naar mijn mening is hier zelfs sprake
van een onrechtmatige overheidsdaad of van overheidsdaden. Bestuurders
zijn niet alleen verantwoordelijk voor wat zij doen, zij zijn ook
verantwoordelijk voor wat zij nalaten te doen. Wanneer de Overheid haar
fouten ontkent, dan gaat daar voor velen automatisch een signaal vanuit,
dat er wel niets aan de hand zal zijn. Het stelt zelfs een beetje gerust.
Wanneer de Overheid het belang van een, belastingplichtige, burger
ondergeschikt maakt aan haar eigen belang, het bedekt houden van gemaakte
fouten, dan hoeft al helemaal geen humanitaire bewogenheid verwacht te
worden. Met hun sprookjes en leugens hebben zij een rookgordijn gelegd.
Derhalve kan mijn klagen
tevens een klacht genoemd worden tegen verzwijging en manipulatie van
feiten. De Overheid heeft in strijd met de in het maatschappelijk verkeer
betamelijke zorgvuldigheid gehandeld. De minister van Financiën heeft
nagelaten op enigerlei wijze te controleren of de informatie die hem door
de plaatsvervangend Directeur-Generaal op 22 januari 2001 bezorgd werd,
overeenstemde met de werkelijkheid. Een controle was nodig dan wel
minimaal raadzaam, nadat de klager eerder al o.a. deze plaatsvervangend Directeur-Generaal, in het gelijke geval, beticht had van het plegen van
fraude. En de minister van Financiën was hiervan, op 3 januari 2001,
middels een aan hem persoonlijk gerichte brief, op de hoogte gebracht. De
minister heeft n.a.v. die brief zijn ministerie om opheldering gevraagd.
Vanaf de zijde van het Ministerie kreeg de minister zelfs de waarschuwing;
"Gerrit, maar weet waar je aan begint". De minister van
Financiën was dus zelfs van twee kanten gewaarschuwd! De inhoud van de
brief, waarmee de minister geïnformeerd werd, wordt mij onthouden, en is
twist in een WOB-procedure (zie menukeuze "14.
Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) en de media"). De minister
dient ook voor deze onzorgvuldigheid zijn verantwoordelijkheid op te
nemen. Het uitblijven, het nalaten, van een dergelijke controle na één
van de zwaarste aantijgingen "het plegen van
fraude door de (top)ambtenaren van de Belastingdienst en de
staatssecretaris van Financiën" mag ronduit onzorgvuldig
genoemd worden. Door het uitblijven van zijn controle heeft de minister de
kans onbenut gelaten, om de door de Overheid gemaakte fouten te
corrigeren, en om een passende invulling te geven aan de gevolgen van haar
daden. Zelfs de plaatsvervangend Directeur-Generaal vond het vreselijk,
wat de klager zowel persoonlijk als zakelijk was overkomen. Informatie
voor het beantwoorden van de vraag wie hieraan schuldig is, wordt in de
website "belastingfraude.nl" voldoende aangereikt. Met een
mededeling van de staatssecretaris en de minister van Financiën als
"niks aan de hand", verdwijnen
uiteraard niet de door de Overheid in het verleden gemaakte fouten.
Zoals burgers elkaar’s
handelingen signaleren, controleren en corrigeren, zo vind dit proces ook
bij ambtenaren plaats. Dat meerdere ambtenaren meewerken aan het omzeilen
van "de wet", duidt op een complot.
De heer Raspe, hoofd van de eenheid Belastingdienst/Ondernemingen Goes,
had, als geen ander, de taak, om zijn ambtenaren te controleren, en te
corrigeren. Daarbij hielp ik hem bij het signaleren. De heer Raspe heeft
zijn controlerende functie niet naar behoren uitgevoerd, en hij was helaas
zelfs medepleger. Zie menukeuze "8.
Belastingdienst/Ondernemingen Goes".
Het Ministerie van Financiën
was, vanaf het moment dat de informatiestroom van de
Belastingdienst/Ondernemingen Goes startte, nooit attent op onjuiste en
onlogische mededelingen van deze eenheid. Zelfs niet, nadat ik het
Ministerie op onjuistheden gewezen had. De volledige afwezigheid van een
juiste controle door de Directeur-Generaal van de Belastingdienst is
vermeld bij de menukeuze "9. Ministerie van
Financiën, de Belastingdienst".
De rol van de bewindslieden
van Financiën, inclusief hun controlerende functie, wordt beschreven in
de menukeuze’s "10. Bewindslieden" en in deze menukeuze "12.
De zelfcontrole van de overheid".
In 1998 heb ik mij tot De
Nationale Ombudsman, destijds de heer Oosting, gewend met het verzoek een
aantal handelingen van de Belastingdienst/Ondernemingen Goes en het
Ministerie van Financiën te controleren. Hoe en waarom De Nationale
Ombudsman, het Cosmetisch Instituut van de Overheid, faalde is te lezen
bij menukeuze "13. De Nationale
Ombudsman".
Omdat De Nationale Ombudsman
verantwoording over zijn handelen dient af te leggen bij de Tweede Kamer,
wende ik mij tot de Commissie voor de Verzoekschriften van de Tweede Kamer
der Staten Generaal. Ik verzocht de commissie het handelen van De
Nationale Ombudsman te controleren, omdat ik van mening was, dat de
Ombudsman zijn werk niet naar behoren had uitgevoerd. Een ambtenaar van de
commissie, een zogenaamde rapporteur, bezocht mij voor een gesprek, en ik
bezorgde hem mijn rapport "Causaliteit".
In dit rapport beschrijf ik het conflict Trading Advice/Broersma versus de
Overheid tot 20-7-2000 uitvoerig. De commissie heeft er niets mee gedaan.
Informatie met de melding van fraude door de staatssecretaris van
Financiën, die ik naar de Vaste Commissie van Financiën van de Tweede
Kamer der Staten Generaal stuurde, werd doorgezonden naar de Commissie
voor de Verzoekschriften van de Tweede Kamer der Staten Generaal. En deze
commissie berichtte mij, dat zij niets kon doen met deze informatie. Ook
voor deze commissie was het kennelijk duidelijk. Wanneer de Directeur-Generaal
van de Belastingdienst, wanneer De Nationale Ombudsman
en de staatssecretaris van Financiën zeggen, dat er niets aan de hand is,
"dan is er niets aan de hand". Van
een controlerende functie heb ik niets waar kunnen nemen.
De heer
De Wijkerslooth de Weerdesteyn, super PG,
belangenverstrengeling, partijdigheid en de schijn van partijdigheid.
Mijn alarmbrief van 3 januari
2001, met daarin de gemelde fraude van de staatssecretaris en zijn
(top)ambtenaren, had ik ook naar de Rijksrecherche gestuurd. De
Rijksrecherche deelde mij mede, dat zij niet zelfstandig een onderzoek kan
starten, na een verzoek van een burger. Derhalve verzocht ik, per brief
van 14 maart 2001, de voorzitter van het college van procureurs-generaal,
de heer J. de Wijkerslooth de Weerdesteijn, om een strafrechterlijk
onderzoek in te stellen tegen gedragingen van diverse
Overheidsinstellingen, dan wel Overheidsambtenaren, in het conflict
Trading Advice/Broersma versus de Overheid. Op dit verzoek werd niet
gereageerd. Omdat zijn reactie uitbleef, diende ik op 2 mei 2001 de
voorzitter van het college van procureurs-generaal te rappelleren, waarna
deze Nationale waakhond mij op 8 mei 2001 liet weten, dat hij geen
onderzoek zou instellen. Samengevat liet het college weten, dat er geen
onderzoek ingesteld zal worden, omdat er reeds meerdere controlerende
instellingen naar de zaak gekeken hebben. Bovendien zou men uit mijn brief
niet af hebben kunnen leiden, dat het om strafbare feiten ging. Dat waren
twee wel heel miserabele uitvluchten, met een duidelijke boodschap. Ook
deelde men mede, dat een onderzoek door de Rijksrecherche m.b.t. de
departementen in Den Haag slechts door de betreffende minister aangevraagd
kan worden. Waarom heeft de heer De Wijkerslooth zich niet met mij, of met
de minister in verbinding gesteld? Ik vrees, dat ik doelbewust afgewimpeld
werd. Reeds voordat mijn verzoek werd afgewezen, hadden mij, uit de
volksmond (en dat is wellicht niet helemaal betrouwbaar!), berichten
bereikt, dat de heer De Wijkerslooth, vanwege het verloop van zijn
toekomstige activiteiten, uit eigenbelang, zeker geen onderzoek tegen
zulke hoge bestuurders zal instellen. Het kan evenwel ook zijn, en dan ben
ik maar naïef, dat de heer De Wijkerslooth nog denkt in termen van zijn
rol als landsadvocaat. Een functie die hij voor zijn huidige baan
uitoefende. Nog steeds lijkt de heer De Wijkerslooth "Ons
Vaderland" tegen iedere aanval te willen beschermen. Niet uit
te sluiten valt, dat de heer De Wijkerslooth, door de grote
taakverandering, nog worstelt met de beginselen van
belangenverstrengeling, partijdigheid en de schijn van partijdigheid. Dat
hij bijvoorbeeld het hanteren van deze begrippen nog niet helemaal onder
de knie heeft. Hoe de super PG daarbij gelijktijdig de allerhoogste graad
van eerlijkheid en integriteit hanteert, weet ik niet.