www.belastingfraude.nl
"Fraude door bewindslieden en (top)ambtenaren
van de Belastingdienst. Zelfs Hare Majesteit belogen."

Gebruiksaanwijzing      (1) Menu                            (2) Samenvatting                (3) Waarborgt de overheid (4) Integriteit en fraude      (5) Hoofdlijnen conflict      (6) Einde Trading Advice    (7) Belastingdienst Goes      (8) Ministerie                     (9) Bewindslieden             (10) Koningin en Premier    (11) Zelfcontrole overheid  (12) Nationale Ombudsman (13) WOB en media             (14) Staatsterreur              (15) Tweede Kamer            (16)

12. De zelfcontrole van de overheid  (februari 2002)

Helaas hebben we in Nederland, te vaak, te maken met een vastgeroeste bestuurscultuur, doorspekt met vriendjespolitiek en belangenverstrengeling. Ook in het conflict Trading Advice/Broersma versus de Overheid, is er op grote schaal sprake van een zekere ongewenste "vervlechting" tussen Overheidsinstellingen. Wanneer het erop aan komt, dan blijkt de "echte" macht van het Haags bestuur in handen van slechts enkele topambtenaren te liggen. In mijn geval hebben deze ambtenaren ook nog, hoe vervelend en nadelig voor mij, een persoonlijk belang in het conflict. Om bestuurlijk te kunnen overleven, trachten ze zelfs, schaamteloos en gewetenloos, de door hen gepleegde fraude, onder de goede naam en status van Hare Majesteit, bedekt te houden.

Omdat het pad van, toepassen van, de wet verlaten was, moest er wat anders geregeld worden. Het is funest voor ons rechtssysteem wanneer, onberispelijk integer geachte leiding gevende (top)ambtenaren, en bewindslieden, zoals de staatssecretaris en minister van Financiën, liegen of bedriegen. Het voorliegen en misleiden van Hare Majesteit en de burger door dienaren, die nota bene ook nog een voorbeeldfunctie te vervullen hebben, is een regelrechte misdaad. We leven in een staat, die vergaande machtsmiddelen aanwendt, om burgers aan zich te onderwerpen. Dat zij zich bij de controle van burgers bedient van illegale handelingen, zoals zij dat deed in haar conflict met Trading Advice/Broersma, is (zelfs) de Overheid verboden. Al heeft zij zich door dit gegeven in het geheel niet laten hinderen. Van een solide openbaar bestuur kan al lang geen sprake meer zijn, nu zij zichzelf ook nog eens op het gebied van de zelfcontrole danig in de weg is gaan staan.

Waarom zou de Overheid overtredingen mogen plegen, die zij haar burgers verbiedt? Had ik, als burger, moeten verwachten, of had ik er zelfs redelijkerwijze rekening mee moeten houden, dat ik door meerdere Overheidsinstellingen, dan wel door meerdere ambtenaren zo bedrogen en zo gemarteld zou gaan, of zelfs zou kunnen worden. Is het gênant en zorgelijk, dat de Overheid er gedurende haar misdaad, nu reeds een periode van ruim zes jaar en een half jaar, er nog steeds niet in is geslaagd, om haar eigen kwaad te stoppen.

Door het instellen van diverse controle-instellingen geeft de Overheid in ieder geval duidelijk te kennen, dat zij zich ervan bewust is, dat ook zij niet onfeilbaar is, en dat haar eigen bestuurlijk proces gecontroleerd moet worden. Allereerst zijn er de leidinggevende ambtenaren die, zeker na klachten, hun uitvoerende ambtenaren moeten controleren. Men mag daarbij toch verwachten, dat b.v. de Directeur-Generaal van de Belastingdienst, als allerhoogste ambtenaar, klachten kritisch controleert. Op alle niveaus, en ondanks mijn, telkens weer, juist onderbouwde protesten, hebben controlerende ambtenaren, in mijn conflict, geen teken van wantrouwen jegens het door mij beklaagde Overheidshandelen gegeven. Wat begon met een onjuiste gedachte, een onjuiste aanname van wellicht één lagere ambtenaar, groeide, door o.a. een gebrek aan realiteitszin, en door het gebrek aan echte controles, uit tot een grote fraudezaak.

In de verdediging tegen mijn klachten heeft de Overheid zich nooit laten leiden door beginselen, zoals de wet en integriteit, maar door opportunisme. Schaamteloos en gewetenloos verdedigde zij een, door haar zelf gecreëerde, schijnwerkelijkheid. De vervuiling van het proces van waarheidsvinding, die hierdoor ontstond, mag, of dit nu ingegeven wordt door onkunde of sabotage, niet ten nadele van mij, de belastingplichtige, uitvallen. Het bewijs voor mijn gelijk valt te lezen in documenten die, nota bene, altijd al in het bezit van de Overheid waren, en die grotendeels door haar zelf zijn opgesteld. De Overheid loog, liegt en bedriegt op een onnavolgbare wijze, hetgeen op uiterst simpele wijze herkend had kunnen, en had moeten worden. Alleen de hoog opgeleide, gespecialiseerde en verantwoordelijke (top)ambtenaren en controleurs slaagden daar kennelijk niet in. En nu proberen de betroffen ambtenaren ook nog, nadat ik de door hen gemaakte ernstige fouten heb aangetoond en bewezen, over mijn rug hun hachje te redden. De wens om er het liefst niet meer mee te maken willen te hebben, is nooit een rechtvaardiging voor het plegen van bedrog.

De Overheid is, aantoonbaar, te kort geschoten in het (uit)voeren van haar beleid, en zij heeft onvoldoende maatregelen genomen, om de schade van haar handelen te beperken of te voorkomen. Dit, terwijl het de Overheid bekend was, of althans kon of moest zijn, dat het conflict Trading Advice versus de Overheid zeer grote nadelige gevolge voor Trading Advice, en haar eigenaar Broersma, zou kunnen hebben of had. Naar mijn mening is hier zelfs sprake van een onrechtmatige overheidsdaad of van overheidsdaden. Bestuurders zijn niet alleen verantwoordelijk voor wat zij doen, zij zijn ook verantwoordelijk voor wat zij nalaten te doen. Wanneer de Overheid haar fouten ontkent, dan gaat daar voor velen automatisch een signaal vanuit, dat er wel niets aan de hand zal zijn. Het stelt zelfs een beetje gerust. Wanneer de Overheid het belang van een, belastingplichtige, burger ondergeschikt maakt aan haar eigen belang, het bedekt houden van gemaakte fouten, dan hoeft al helemaal geen humanitaire bewogenheid verwacht te worden. Met hun sprookjes en leugens hebben zij een rookgordijn gelegd.

Derhalve kan mijn klagen tevens een klacht genoemd worden tegen verzwijging en manipulatie van feiten. De Overheid heeft in strijd met de in het maatschappelijk verkeer betamelijke zorgvuldigheid gehandeld. De minister van Financiën heeft nagelaten op enigerlei wijze te controleren of de informatie die hem door de plaatsvervangend Directeur-Generaal op 22 januari 2001 bezorgd werd, overeenstemde met de werkelijkheid. Een controle was nodig dan wel minimaal raadzaam, nadat de klager eerder al o.a. deze plaatsvervangend Directeur-Generaal, in het gelijke geval, beticht had van het plegen van fraude. En de minister van Financiën was hiervan, op 3 januari 2001, middels een aan hem persoonlijk gerichte brief, op de hoogte gebracht. De minister heeft n.a.v. die brief zijn ministerie om opheldering gevraagd. Vanaf de zijde van het Ministerie kreeg de minister zelfs de waarschuwing; "Gerrit, maar weet waar je aan begint". De minister van Financiën was dus zelfs van twee kanten gewaarschuwd! De inhoud van de brief, waarmee de minister geïnformeerd werd, wordt mij onthouden, en is twist in een WOB-procedure (zie menukeuze "14. Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) en de media"). De minister dient ook voor deze onzorgvuldigheid zijn verantwoordelijkheid op te nemen. Het uitblijven, het nalaten, van een dergelijke controle na één van de zwaarste aantijgingen "het plegen van fraude door de (top)ambtenaren van de Belastingdienst en de staatssecretaris van Financiën" mag ronduit onzorgvuldig genoemd worden. Door het uitblijven van zijn controle heeft de minister de kans onbenut gelaten, om de door de Overheid gemaakte fouten te corrigeren, en om een passende invulling te geven aan de gevolgen van haar daden. Zelfs de plaatsvervangend Directeur-Generaal vond het vreselijk, wat de klager zowel persoonlijk als zakelijk was overkomen. Informatie voor het beantwoorden van de vraag wie hieraan schuldig is, wordt in de website "belastingfraude.nl" voldoende aangereikt. Met een mededeling van de staatssecretaris en de minister van Financiën als "niks aan de hand", verdwijnen uiteraard niet de door de Overheid in het verleden gemaakte fouten.

Zoals burgers elkaar’s handelingen signaleren, controleren en corrigeren, zo vind dit proces ook bij ambtenaren plaats. Dat meerdere ambtenaren meewerken aan het omzeilen van "de wet", duidt op een complot. De heer Raspe, hoofd van de eenheid Belastingdienst/Ondernemingen Goes, had, als geen ander, de taak, om zijn ambtenaren te controleren, en te corrigeren. Daarbij hielp ik hem bij het signaleren. De heer Raspe heeft zijn controlerende functie niet naar behoren uitgevoerd, en hij was helaas zelfs medepleger. Zie menukeuze "8. Belastingdienst/Ondernemingen Goes".

Het Ministerie van Financiën was, vanaf het moment dat de informatiestroom van de Belastingdienst/Ondernemingen Goes startte, nooit attent op onjuiste en onlogische mededelingen van deze eenheid. Zelfs niet, nadat ik het Ministerie op onjuistheden gewezen had. De volledige afwezigheid van een juiste controle door de Directeur-Generaal van de Belastingdienst is vermeld bij de menukeuze "9. Ministerie van Financiën, de Belastingdienst".

De rol van de bewindslieden van Financiën, inclusief hun controlerende functie, wordt beschreven in de menukeuze’s "10. Bewindslieden" en in deze menukeuze "12. De zelfcontrole van de overheid".

In 1998 heb ik mij tot De Nationale Ombudsman, destijds de heer Oosting, gewend met het verzoek een aantal handelingen van de Belastingdienst/Ondernemingen Goes en het Ministerie van Financiën te controleren. Hoe en waarom De Nationale Ombudsman, het Cosmetisch Instituut van de Overheid, faalde is te lezen bij menukeuze "13. De Nationale Ombudsman".

Omdat De Nationale Ombudsman verantwoording over zijn handelen dient af te leggen bij de Tweede Kamer, wende ik mij tot de Commissie voor de Verzoekschriften van de Tweede Kamer der Staten Generaal. Ik verzocht de commissie het handelen van De Nationale Ombudsman te controleren, omdat ik van mening was, dat de Ombudsman zijn werk niet naar behoren had uitgevoerd. Een ambtenaar van de commissie, een zogenaamde rapporteur, bezocht mij voor een gesprek, en ik bezorgde hem mijn rapport "Causaliteit". In dit rapport beschrijf ik het conflict Trading Advice/Broersma versus de Overheid tot 20-7-2000 uitvoerig. De commissie heeft er niets mee gedaan. Informatie met de melding van fraude door de staatssecretaris van Financiën, die ik naar de Vaste Commissie van Financiën van de Tweede Kamer der Staten Generaal stuurde, werd doorgezonden naar de Commissie voor de Verzoekschriften van de Tweede Kamer der Staten Generaal. En deze commissie berichtte mij, dat zij niets kon doen met deze informatie. Ook voor deze commissie was het kennelijk duidelijk. Wanneer de Directeur-Generaal van de Belastingdienst, wanneer De Nationale Ombudsman en de staatssecretaris van Financiën zeggen, dat er niets aan de hand is, "dan is er niets aan de hand". Van een controlerende functie heb ik niets waar kunnen nemen.

De heer De Wijkerslooth de Weerdesteyn, super PG, belangenverstrengeling, partijdigheid en de schijn van partijdigheid.

Mijn alarmbrief van 3 januari 2001, met daarin de gemelde fraude van de staatssecretaris en zijn (top)ambtenaren, had ik ook naar de Rijksrecherche gestuurd. De Rijksrecherche deelde mij mede, dat zij niet zelfstandig een onderzoek kan starten, na een verzoek van een burger. Derhalve verzocht ik, per brief van 14 maart 2001, de voorzitter van het college van procureurs-generaal, de heer J. de Wijkerslooth de Weerdesteijn, om een strafrechterlijk onderzoek in te stellen tegen gedragingen van diverse Overheidsinstellingen, dan wel Overheidsambtenaren, in het conflict Trading Advice/Broersma versus de Overheid. Op dit verzoek werd niet gereageerd. Omdat zijn reactie uitbleef, diende ik op 2 mei 2001 de voorzitter van het college van procureurs-generaal te rappelleren, waarna deze Nationale waakhond mij op 8 mei 2001 liet weten, dat hij geen onderzoek zou instellen. Samengevat liet het college weten, dat er geen onderzoek ingesteld zal worden, omdat er reeds meerdere controlerende instellingen naar de zaak gekeken hebben. Bovendien zou men uit mijn brief niet af hebben kunnen leiden, dat het om strafbare feiten ging. Dat waren twee wel heel miserabele uitvluchten, met een duidelijke boodschap. Ook deelde men mede, dat een onderzoek door de Rijksrecherche m.b.t. de departementen in Den Haag slechts door de betreffende minister aangevraagd kan worden. Waarom heeft de heer De Wijkerslooth zich niet met mij, of met de minister in verbinding gesteld? Ik vrees, dat ik doelbewust afgewimpeld werd. Reeds voordat mijn verzoek werd afgewezen, hadden mij, uit de volksmond (en dat is wellicht niet helemaal betrouwbaar!), berichten bereikt, dat de heer De Wijkerslooth, vanwege het verloop van zijn toekomstige activiteiten, uit eigenbelang, zeker geen onderzoek tegen zulke hoge bestuurders zal instellen. Het kan evenwel ook zijn, en dan ben ik maar naïef, dat de heer De Wijkerslooth nog denkt in termen van zijn rol als landsadvocaat. Een functie die hij voor zijn huidige baan uitoefende. Nog steeds lijkt de heer De Wijkerslooth "Ons Vaderland" tegen iedere aanval te willen beschermen. Niet uit te sluiten valt, dat de heer De Wijkerslooth, door de grote taakverandering, nog worstelt met de beginselen van belangenverstrengeling, partijdigheid en de schijn van partijdigheid. Dat hij bijvoorbeeld het hanteren van deze begrippen nog niet helemaal onder de knie heeft. Hoe de super PG daarbij gelijktijdig de allerhoogste graad van eerlijkheid en integriteit hanteert, weet ik niet.

 

Oprichtingsdatum: 12.11.01
Laatst bijgewerkt: 04.02.03